« July 2009 | Main | September 2009 »

08/21/2009

Kneiterfit

Een nieuw woord in de Nederlandse taal, vandaag op de sportpagina. Een jonge hockeyer wil ‘kneiterfit’ zijn.

Kneiterfit?

Ik loop al wat langer mee, maar dat woord heb ik nog nooit gehoord. De Dikke Van Dalen kent het evenmin. En heel veel collega’s die er tot vanochtend nog nooit van gehoord hebben. De 19-jarige sporter gebruikte ‘kneiterfit’ zelf in het interview, de jonge collega die het heeft opgeschreven vond het blijkbaar mooi genoeg om dat citaat uit het interview in de kop boven het artikel te zetten. De chef van de sportredactie kent het woord zelf ook niet, maar het betekent volgens hem zoiets als ‘superfit’.

Volgens een andere collega van de sportredactie is ‘kneiterfit’ een woord dat wel meer wordt gebruikt in de sportwereld. Ik veronderstel in de wereld van de jonge sporters en in nog beperkte kring. ‘Je hoort het wel vaker,’zo is me verzekerd. Zou het ooit zo ingeburgerd raken dat het de Dikke Van Dalen gaat halen?
Nog zo’n woord: ‘labrat’ lees ik vandaag op pagina 7 boven een bericht. Ik las het eerst als ‘la-brat’ en kon me er niets bij voorstellen. Het moet anders worden gelezen: lab-rat. Dat staat voor laboratoriumrat. Een vondst van de koppenmaker. Laboratoriumrat past nooit boven een bericht op een breedte van 1 kolom, labrat heel gemakkelijk.


Philips heeft zijn NatLab, de krant heeft een labrat.

Posted by Brabants Dagblad on August 21, 2009 at 04:03 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

08/11/2009

Over de auteur

Tjeu van Ras (1950) is ruim 30 jaar werkzaam  bij het Brabants Dagblad. Sinds 2002 vervult hij de functie van lezersredacteur. Lezers van de krant en bezoekers van de website kunnen met hem discussiëren over de redactionele inhoud van de krant en de website. 

De lezersredacteur is van maandag tot en met vrijdag bereikbaar van 11.00 uur tot 12.30 uur op 0800-2364389.

Posted by Brabants Dagblad on August 11, 2009 at 10:18 AM | Permalink | Comments (3) | TrackBack

08/10/2009

Voetbal

Laat ik het maar meteen zeggen: ik heb niets met voetbal. Ik doe niet aan die sport en ik ga ook nooit kijken. Ik heb zelfs nog nooit een voetbalwedstrijd bijgewoond in een ‘echt’ stadion.

Voor zover ik het me kan herinneren heb ik ooit in mijn jeugd één keer een wedstrijd van de plaatselijke dorpsclub bezocht. Van het spel herinner ik me niets, wel dat het spannend was voor mij en mijn vriendje. We waren allebei stiekem binnengekomen zonder entree te betalen.


Voetbal staat sinds vorige week het begin van de eredivisie weer volop in de belangstelling. De maandagse sportpagina’s puilen bij wijze van spreken uit van het voetbal. Ben ik als niet-liefhebber daar ongelukkig mee? Absoluut niet. Mijn persoonlijke voorkeur doet er niet toe bij journalistieke keuzes waar we als redactie aandacht aan horen te besteden. Voetbal is de populairste sport en hoort dus uitgebreid in de krant. En sla die vandaag er maar op na: ook andere sporten komen ruim aan bod.

En het vrouwenvoetbal? Er is al een eredivisie voor vrouwen. Die haalt mondjesmaat de krant. Vandaag een foto met bijschrift. Over twee weken begint in Finland het Europees kampioenschap vrouwenvoetbal. ‘Moeten we daar dagelijks aandacht aan besteden? En hoeveel?’ Dat waren vanochtend bij de krantenbespreking nog onbeantwoorde vragen. “Wat vind jij?’vroeg een collega van de sportredactie. Nederland doet mee en het lijkt me goed aandacht aan hun prestaties te besteden. In welke mate is natuurlijk mede afhankelijk van de waarde die je aan het vrouwenvoetbal hecht. Ik matig me daar geen oordeel over aan. Zoals gezegd, ik heb niks met voetbal, dus hoor ik me daar verre van te houden.

Posted by Brabants Dagblad on August 10, 2009 at 04:05 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

08/05/2009

Gevoelig

‘Stadhuistaal,’ zo luidde steevast mijn strenge oordeel bij het nalezen van werkstukken van mijn kinderen. Daarin schreven ze heel anders dan ze al pratend iets zouden vertellen. Formeel taalgebruik met veel ‘men’ als onderwerp van een zin en een passieve werkwoordsvorm. Vertel het in gewone woorden en in je eigen taal, zo luidde mijn advies.


Formeel taalgebruik hoort ook niet in de krant thuis. Zinnen als ‘vanwege onvoldoende financiële middelen en enige onrust rond de Mexicaanse groep’ zijn zo formeel, dat je als lezer heel snel geneigd bent af te haken. ‘Niet genoeg geld en angst voor de Mexicaanse griep,’ klinkt al veel beter.

Het vermijden van ‘stadhuistaal’ wil niet zeggen dat alles maar zo populair mogelijk verwoord moet worden. Dat raakt soms gevoeligheden, die je als journalist niet wilt treffen. Het ongeluk op de Vughtse manege waarbij een meisje van 7 omkwam is voor de krant nieuws van heel dichtbij. Daarom en vanwege de impact van het nieuws verdient dat aandacht in de krant. Het haalt de voorpagina en krijgt een vervolg op een binnenpagina in de krant. Om dezelfde redenen als waarom het in de krant staat is het belangrijk om daar heel zorgvuldig mee om te gaan. De emoties lopen begrijpelijkerwijs hoog op en daar moet je als journalist rekening mee houden. Dat de ouders van het verongelukte meisje ‘met gierende remmen’ stoppen bij de manege en dat de ouders van andere kinderen bij de brandweerkazerne komen ‘aangesjeesd’ zijn voorbeelden van uitdrukkingen die niet passen in de krant. Dat mensen in zo’n situatie met grote haast naar de plek des onheils komen ligt zo voor de hand, dat het amper vermeldenswaardig is. Als je het toch doet, moet je dat in ieder geval anders omschrijven.

Posted by Brabants Dagblad on August 5, 2009 at 04:06 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack

08/03/2009

Taal

Op de eerste dag na een korte vakantie met een kritische lezer praten over taalfouten in de krant leek me achteraf gezien geen vrolijk begin van de werkzaamheden.

Taalfouten in de krant roept bij taalliefhebbers irritatie op, soms boosheid over ‘zoveel domheid bij de krant’. Lezers die taalfouten aanwijzen hebben vrijwel altijd gelijk. En dus heb ik weinig ander verweer dan te zeggen dat iedereen zijn best doet, maar dat niemand werkt zonder fouten te maken. Dat geeft weinig bevrediging.


Het gesprek vandaag verliep niettemin erg plezierig. De lezer in kwestie is een trouwe melder van fouten in de krant, met dikwijls de verzuchting erbij hoe dat in godsnaam mogelijk is. Ik had me dus ingesteld op stevige tikken op de vingers. Ook in de krant van vandaag is het niet helemaal foutloos gegaan. Samen met de adjunct-hoofdredacteur heb ik met de kritische lezer tijdens de lunch gesproken over het maken van een krant, hoe er wordt gewerkt en hoe we proberen dat zo goed mogelijk te doen. Het gesprek ontaardde niet in gemopper of boosheid, integendeel. We waren het snel eens over het belang om geen fouten te maken. En over de noodzaak voor redacteuren om goed werk af te leveren, ook al heb je het druk. Lezers van een krant moeten erop kunnen rekenen dat er een goede eindcontrole is. Dat benadrukte ook onze gast van vandaag. Een aansporing om extra aandacht te besteden aan de taal in de krant. Daar hebben we goed naar geluisterd.

Posted by Brabants Dagblad on August 3, 2009 at 04:12 PM | Permalink | Comments (0) | TrackBack