12/17/2009
Open einde
Gisteren was mijn
laatste dag bij Project Hope. Het viel niet mee om afscheid te nemen van de
kinderen. Sommigen hadden een geweldige brief geschreven of een cadeautje
gekocht. Ze zeiden dat ze me zouden gaan missen. Dat is geheel wederzijds.
Mogen vertrek ik
samen met Sara en Tyler (PH vrienden) voor een week richting Jordanië, om
vervolgens kerstmis te vieren in Bethlehem.
Jammergenoeg moet
ik mijn blog eind deze maand offline halen voordat ik in Tel Aviv op het
vliegtuig naar Nederland stap. Dit op aanraden van ervaren reizigers die aan
den lijve hebben ondervonden dat er tijdens een veiligheidscontrole op het
vliegveld maar beter geen bewijs (zoals een blog) kan bestaan van je verblijf
in de Westelijke Jordaanoever.
Dit wordt dus
mijn laatste blog. Helaas, want er zijn nog zoveel dingen waarover ik wil
schrijven. Iedere dag hier bevat nieuwe, indrukwekkende en belangrijke momenten
en ontmoetingen. Dat qua ontmoetingen hier alles mogelijk is werd twee weken
geleden maar weer eens bewezen toen ik in 24 uur tijd in drie totaal
verschillende werelden belandde die tijdens de tweede intifada nog alles met elkaar
te maken hadden. Eerst interviewde ik Ilan, een voormalig IDF-soldaat die in 2002
grote delen van Nablus in puin legde. De volgende ochtend werd ik tijdens het
boodschappen doen in de oude stad van Nablus een huis zowat binnen gesleept. Voor
ik het wist zat ik met drie gezinnen in een bomvolle woonkamer aan de koffie,
koekjes, thee en nog meer koekjes (lees: veel suiker!). Datzelfde huis lag in
2002 in puin nadat het door het Israëlische leger was vernield. Enkele uren na
deze overdaad aan suiker gaf de architect die het huis heeft helpen herbouwen
een presentatie bij Project Hope. Door middel van foto's vertelde hij hoe talloze
burgerdoelen destijds volledig waren vernield, vaak met burgerdoden tot gevolg.
De absurditeit en toevalligheid van die 24 uur zijn niet in woorden uit te
drukken.
Het interview met
Ilan -die tevens mede-oprichter is van Breaking the Silence- bevatte veel
schokkende informatie wat de operaties en handelingen van het leger betreft.
Sara filmde het interview en vlak voordat de camera aanging, wees Ilan ons er
nog even op dat zijn (democratische?) overheid zijn telefoon afgeluistert en mailtjes
één voor één leest. Ondanks de wandaden die Ilan gepleegd heeft tijdens zijn
militaire dienst, heb ik veel respect voor zijn vastberadenheid om de waarheid
te vertellen over het reilen en zeilen van de IDF. Hij wordt nu als
staatsvijand gezien, zelfs door zijn eigen familie en continu loopt hij het
gevaar om weer gearresteerd te worden door de autoriteiten. Toch wil hij koste
wat koste de Israëlische bevolking wat bijbrengen over de bezetting en de
(ongebreidelde en ongestrafte) gewelddadigheden die ermee gepaard gaan. Hij
zegt; 'dan kan later niemand zeggen dat ze van niets wisten'. Ilan sprak ook
over de militairistische inslag die zowel in de opvoeding als in het onderwijs duidelijk
aanwezig is. Deze focus op oorlog, gecombineerd met (school)boeken en
landkaarten van Israël waarin de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever
ontbreken, vormen een gevaarlijke mix. Op de landkaarten die in Israël te
vinden zijn, staat simpelweg geen groene lijn, 1967-grens of afscheidingsmuur.
De Palestijnse gebieden, inclusief steden zoals Nablus, Hebron, Ramallah en
Jenin bestaan niet. Veel kinderen in Israël weten niets van een Nakba. Het
beeld van het Israëlische leger is voor de meeste kinderen niet meer en niet
minder dan een moedig leger dat de grenzen met vijandige Arabische buurlanden
bewaakt. Het beeld van een bezettingsmacht komt niet voor in de Israëlische lezing
van het verhaal.
Ilan snapte er
niets meer van toen hij vervolgens tijdens zijn eerste dienstdagen in Hebron de
volgende opdrachten voorgeschoteld kreeg;
- een 60-jarige
vrouw verbieden haar waar te verkopen op de lokale markt
- ambulances niet
door checkpoints laten
- traangas en
rubberkogels afvuren op basisschoolkinderen, omdat het uitgaansverbod in acht
genomen moet worden en de kinderen niet op school mogen blijven.
- zonder enige
precisie mortiergranaten afvuren op woonwijken omdat op die manier mogelijk een
aanwezige Palestijnse schutter verwond, gedood, of afgeschrikt kan worden.
Dat Ilan tijdens
zijn diensttijd vele burgers gedood heeft, is aannemelijk. De misdaden gepleegd
door de IDF tijdens het offensief in Gaza, passen voor mij nu in een groter
geheel waarin oorlogsmidaden de regel in plaats van de uitzondering zijn.
Ik moedig
iedereen met een (uitgesproken) mening over het conflict aan om hier met eigen
ogen en oren de situatie en ontwikkelingen te komen waarnemen. Eén van de belangrijkste
lessen die ik hier heb geleerd, is namelijk dat je van media en politici niet
veel (of onvoldoende) wijzer wordt. Met andere woorden; ik heb Joris
Luyendijk's "Het zijn net mensen" nu in de praktijk kunnen zien,
helaas.
Nog een
aankondiging als afsluiter: op 7 januari organiseert Menara (een multiculturele
studentenvereniging van de UvT: www.svmenara.nl) een informatiebijeenkomst over
de studiereis die een groep UvT-studenten hebben gemaakt naar Israël en
Jordanië. Ik ben uitgenodigd om ook mijn ervaringen te delen en hoop jullie
daar te spreken.
Allemaal
hartelijk dank voor het lezen van mijn blog en het tonen van jullie
betrokkenheid bij de situatie hier. Alvast hele fijne feestdagen en wie weet
tot de 7e.
Salam!
Lydia
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 17 December 2009 om 00:11 | Permalink | Comments (0)
12/05/2009
Nieuwe puzzelstukjes
Afgelopen week heb ik samen met vier andere "Project Hope'ers" een korte rondreis gemaakt door Israël. Onze route liep van Nazareth, het Golan gebergte, Haifa en Akko, tot aan Tel Aviv, Jaffa, Ashkelon, Sederot en de Gazastrook.
Mijn kamergenote (Hilde) en ik vertrokken enkele uren na onze drie medereizigers en zouden onszelf aan het begin van de middag bij de groep voegen in Nazareth, op ongeveer twee uur rijden van Nablus. Nazareth ligt ten noorden van de Westelijke Jordaanoever, in Israël. Op de grens van de Westelijke Jordaanoever staat –naast roadblocks en andere afscheidingen- een groot checkpoint, het best te omschrijven als een combinatie tussen een strafinstelling en een veemarkt.
In het checkpoint met stalen loopbrug
Militairen en private beveiligingsbeambten zitten in afgeschermde hokjes en schreeuwen instucties in het Hebreeuws en gebroken Arabisch door de intercoms; 'doorlopen!'; 'stilstaan!', 'blijf van je tas af!'; 'één voor één!'; 'ik ga niet in discussie / daar heb ik niets mee te maken / het interesseert me niet dat je oud en ziek bent!'. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Eigenlijk is het nergens mee te vergelijken. Het is een checkpoint. Toen Hilde en ik bij het checkpoint aankwamen, was het gesloten, zonder opgaaf van reden.
Tijdens het wachten in het checkpoint
Het bleef 2,5 uur gesloten en die uren brachten we samen tientallen andere wachtenden door in de eerste sluis, zonder water of toegang tot een toilet (of het moet zijn dat je een meurende beerput zonder wc-papier, water of slot op de deur een wc wilt noemen). Nog een detail; het was de dag voor 'Eiad'; het belangrijkste feest voor moslims, vergelijkbaar met Kerstmis voor christenen. Iedereen had inkopen gedaan voor Eiad en stond daar met boodschappentassen vol eten en kleding, moe en gefrustreerd. Een man met een gekweld gezicht sprak me aan in het Engels en vroeg of ik niet met de beambte die ingang van de sluis bemande, kon gaan praten. Wat was het geval; deze wanhopige man was een orthopeed en het was de bedoeling dat hij die dag 2 operaties zou verrichten aan de andere kant van het checkpoint. Enkele malen ben ik terug gelopen naar de ingang van de sluis, maar de beambte in het gepantserde hokje 'kon niets aan de situatie veranderen' en zei dat we moesten wachten totdat het checpoint aan onze kant weer bemand was. Nu weten we dat er die dag waarschijnlijk weinig van orthopedische operaties terecht gekomen is. Eenmaal in het checkpoint zelf (een grit van hokken, sluizen, detectoren, kamertjes en gangen – allen overdekt met metalen loopbruggen vanwaar mannen mitraillieurs op je gericht houden), liepen Hilde en ik meteen in de kijker. Wat deden wij als internationals in de Westelijke Jordaanoever? We moesten al onze spullen afgeven voor onderzoek en werden als staatsgevaren door hokjes heengesluisd en twee uur lang verhoord (waarbij alle schijn van verblijf in de Westelijke Jordaanoever moesten vermijden). Kort samengevat; de eerste dag van onze reis was geen vakantie, maar een excursie, om meer en meer inzicht te krijgen in het conflict dat hier nu 60 jaar aan de gang is.
De rest van de reis waren de ervaringen niet minder confronterend of verontrustend. We hebben met z'n vijven zoveel mogelijk van Israël proberen te zien en met zoveel mogelijk mensen proberen te praten (als toeristen!). Met gevoel voor humor, zelfspot en onderlinge steun, hebben we die week het hoofd geboden aan veel indrukken, ervaringen en gesprekken die ons moedeloos maakten. Ik ben blij dat ik de reis gemaakt heb, want volgens mij begrijp ik nu weer een beetje beter waarom hier nog steeds geen vrede is na al die jaren. Er is nu te weinig plaats in deze blog, maar ik kan een paar situaties schetsen.
Leerlingen van een middelbare school Tel Aviv
Bij aankomst in Nazareth werden Hilde en ik aangerand en met een mes bedreigd door een jonge man. Toen we met politieagenten meeliepen om het 'plaats delict' aan te wijzen, grepen zij deze kans aan om iedere Arabische Israëliër bij zijn nekvel te pakken, te ondervragen en intimideren – terwijl Hilde en ik bleven roepen dat onze belager in geen velde of wege te bekennen was. Pfoeh, wat waren wij woest! Helaas kwamen we de rest van de vakantie nog talloze voorbeelden tegen van stereotypering en racistische uitlatingen jegens Arabische Israëliërs. Verschillende Israëli's waren duidelijk in hun mening, die erop neerkwam dat Arabieren (het woord Palestijnen wordt niet door iedereen gebruikt) niet gezien worden als (mede)mensen, maar als vijanden. Niet meer en niet minder. Anonieme gevaren. Er is bijna geen betere uiting van deze perceptie dan de checkpoints in de Westelijke Jordaanoever.
De weg naar de Gazastrook loopt dwars door groene velden en lappen landbouwgrond voorzien van bevloeïngsinstallaties. Alsof twee contrasterende foto's aan elkaar geplakt zijn, loopt deze groene landbouwgrond over in een grauwe en belegerde Gazastrook. Toen wij vanaf een heuvel uitkeken over Gaza stad en de aangrenzende bebouwde gebieden, zagen en hoorden we van dichtbij hoe Gaza bestookt werd van Israëlische zijde met twee vuurhaarden tot gevolg. Naast ons op dezelfde heuvel zat een jong orthodox-joods stelletje uit Sederot naar hetzelfde tafereel te kijken, met brede glimlachen en enkele ongepaste opmerkingen. Diezelfde avond zagen we op het nieuws hoe vertegenwoordigers van het Israëlische leger elk ooggetuigenverslag van die dag ontkende.
I.Z.L. museum, symbolisch gebouwd in overblijfselen van Palestijnse woning
Ook het militairistische karakter van de Israëlische samenleving, propaganda door de staat (zoals het I.Z.L. museum in Tel Aviv) en verdraaide berichtgeving, hebben voor mij weer wat stukjes in de puzzel gelegd. Over deze laatste puzzelstukjes zal ik later meer schrijven.
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 5 December 2009 om 16:22 | Permalink | Comments (1)
11/26/2009
Hebron; oorlog, apartheid, bezetting en een spookstad in één
Als gevolg van een stroomstoring, een onverwachtse Project Hope meeting en een korte rondreis waar ik over een uur aan begin, wordt dit de snelste blog ooit geschreven.
Vorige week donderdag nam ik deel aan een tour door Hebron van Breaking the Silence, een non-profit organisatie die in 2004 is opgericht (www.shovrimshtika.org). De oorsprong van Breaking the Silence ligt in een uit de hand gelopen foto-expositie die was opgezet door een groepje vrienden die hun dienstplicht bij de IDF (Israeli Defence Force) er net op hadden zitten. Ze wilden graag de waarheid vertellen over wat de bezetting in de Palestijnse gebieden daadwerkelijk betekent, wat het leger doet in die gebieden en wat het inhoudt om 18-jarige 'broekies' een M-16 in de hand te drukken en op pad te sturen.
Onze gids voor de tour, Eli (afkomstig uit een extreem-rechtse familie), diende van 2001 tot 2004 in de IDF, waarvan één jaar in Hebron. Dat jaar in Hebron schokte hem en vormde de belangrijkste aanleiding om verhalen van de IDF naar buiten te brengen.
Een settler die niet blij is met onze komst
Hebron is een stad in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever. Het is de enige stad in de Palestijnse gebieden waar (nog) nederzettingen in het midden van de stad te vinden zijn. Het is de ultra-orthodoxe settlers te doen om de Tomb of the Patriarchs (een heilige plek volgens zowel het Judaïsme als de Islam) die in het midden van de stad staat. De settlers geloven dat ze een religieus, historisch en exclusief recht hebben op dat stuk land.
De stad heeft ongeveer 188.000 Palestijnse inwoners. Sinds de jaren negentig bieden settlements en yeshiva -(orthodox) religieuze scholen- onderdak aan ongeveer 600 settlers 200 studenten van overwegend oost-Europese afkomst. Het verblijf van deze settlers in de stad wordt mogelijk gemaakt door 3.500 agenten, militairen, private beveiligingsbeambten en agenten van de oproerpolitie. Voor en tijdens het binnengaan van de stad werden we beveiligd door enkele politiewagens en een legervoertuig, om aanvallen van settlers op de tour (zoals in 2004 en 2006) te voorkomen.
Ooit een bruisende winkelstraat
Op 25 februari 1994 ging een Israëlische arts van Amerikaanse origine, Baruch Goldstein, de Ibrahimi moskee in Hebron binnen en schoot 29 biddende Palestijnen van achteren dood en verwondde 150 anderen totdat hij neer werd geslagen met een brandblusser. Gewelddadige rellen in Hebron na dit bloedbad brachten de Israëlische overheid tot de conclusie dat het bestaan van de ultra-orthodoxe nederzettingen in de stad een probleem vormde; het creëeren van veiligheid en rust in de stad was geen haalbare kaart voor het leger en de politie. Er waren twee opties; óf de nederzettingen verwijderen óf zorgen dat de veiligheidssituatie houdbaar zou worden.
Uiteindelijk kwamen de overheid en het leger met een briljant idee; etnische zuivering en apartheid.
Enkele feiten;
- ten behoeve van een militaire bufferzone ('H2 genoemd) om de nederzettingen heen zijn 13.500 Palestijnen uit hun huis gezet (vaak met veel geweld) en zijn 1550 Palestijnse winkels en ondernemingen gesloten.
- Er zijn vele checkpoints, blokkades, verboden en afscheidingen (naar etniciteit) die het Palestijnen onmogelijk maken om van A naar B te reizen in de stad
- Vele duizenden Palestijnen moesten hun huis verlaten omdat de situatie onhoudbaar en onleefbaar werd, of omdat ze op een ochtend wakker werden en ontdekten dat hun huis volledig was afgesloten door het leger (vele gezinnen moesten hun huizen via het dak verlaten).
- IDF-soldaten begingen en begaan vele wandaden tegen de Palestijnse inwoners van Hebron. Omdat de lijst te lang is, raadt ik iedereen aan om te kijken op de website van Breaking the Silence.
- Geweld door settlers tegen Palestijnen vindt ongestraft plaats. Soldaten en agenten bieden de Palestijnen geen bescherming
Hebron was ooit een bruisende handelsstad met vele kraampjes, markten en ambachtelijke ondernemeningen. Nu is het grotendeels veranderd in een spookstad genaamd 'apartheid' met meer uniformen dan burgerkledij op straat.
Alle oprichters van Breaking the Silence zijn opgepakt en vastgehouden in 2004. Ook nu hebben ze het nog niet makkelijk, maar ze beseffen dat ze een belangrijke taak hebben in de voorlichting van het Israëlische publiek en gaan dus door waar ze mee bezig zijn. Behalve het naar buiten brengen van verhalen van voormalig IDF-soldaten, probeert de organisatie ook voorlichting te geven aan leerlingen van middelbare scholen, die totaal idee hebben waar ze in terecht zullen komen tijdens hun diensttijd. Eli heeft ook privé veel moeten opofferen; zijn familie is fel tegen zijn werk bij Breaking the Silence. Zijn oma, die de Holocaust overleefd heeft, weigerde zelfs enkele jaren met hem te praten.
Ik hoop voor Eli dat hij ooit erkenning krijgt voor het enorm dappere werk dat hij doet. Deelname van zijn familie aan de Breaking the Silence tour, dat zou wel ultiem zijn.
Bij het mausoleum voor Baruch Goldstein (in Hebron) waar hij wordt vereerd door ultra-orthodoxen
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 26 November 2009 om 09:11 | Permalink | Comments (6)
11/17/2009
Overleven; tegennatuurlijke natuur
De laatste paar lessen zijn de meiden in mijn Engelse klas van vluchtelingenkamp Al Ein stiller dan anders. Ik wist niet waarom, maar de klas was anders dan ervoor. Tijdens de les afgelopen zaterdag kwam één van de meiden (Taqwa) terug het lokaal in tijdens de pauze. Ze had geen zin om buiten te spelen en wilde met me praten. In het gesprek kwam ik erachter waarom de klas de laatste tijd zo bedeesd is. Blijkbaar zijn de nachtelijke invallen van het Israëlische leger in Al Ein de afgelopen weken gepaard gegaan met veel geweld, bedreigingen en de arrestatie van twintig jongens en mannen. Ik sprak met Taqwa over hoe ze die nachtelijke invallen ervaart. Aangezien de invallen van het leger uren kunnen duren, vroeg ik haar of ze dan nog wel kan slapen. Ik stond perplex toen ze zei dat ze het geluid van de schoten en ‘sound bombs’ fijn vond. Ze was het als muziek gaan beschouwen. Taqwa is een stoere, slimme meid van 12 jaar. Blijkbaar heeft haar veerkracht en instinct om (mentaal) te overleven het geluid van bezetting en oorlog omgevormd tot iets aangenaams; omarmen van het onvermijdelijke geweld
Engelse les in de Al Ein school
De families in Sheikh Jarrah (zie eerdere blogs), die al maandenlang in de kou op straat leven en settlers hun huis zien bewonen, moeten vast ook zo’n onverlevingstechniek hebben. Hoe kun je met je gezin de lange dagen en nachten onder een zeiltje doorbrengen terwijl de settlers, politie en het leger je zelfs het leven voor je voormalige huis onmogelijk maken. Ik ben er nog niet achter wat voor instinct of oerkracht daarvoor nodig is.
Afgelopen vrijdag werd ik nogmaals geconfronteerd met 'tegennatuurlijk natuur' van mensen in verdrukking. Ik was bij de wekelijkse demonstratie tegen de afscheidingsmuur in Nil’in. De confrontaties tussen de demonstranten en het Israëlische leger maakte een aburde indruk op me. Iedere vrijdag is hetzelfde liedje; de demonstranten lopen rond 11.00u richting de afscheidingsmuur en de hekken van de soldaten. Deze vuren vervolgens traansgas en rubberkogels en 'echte' kogels af als reactie op de aanwezigheid van demonstranten of de eerste steen die gegooid wordt. Zodra de soldaten hun geweren op de demonstranten richten, zoekt iedereen dekking. Vanaf dat moment tot het eind van de middag vliegen de stenen, kogels en traangas door de lucht. Afgelopen vrijdag raakten uiteindelijk twee mensen lichtgewond door schampschoten, waaronder een medewerker van de Rode Halve Maan. Natuurlijk had ik de journaalbeelden van confrontaties tussen Palestijnse stenengooiers en het Israëlische leger op tv gezien voordat ik hier kwam. In Nil'in werd me echter pas duidelijk hoeveel moed en of wanhoop ervoor nodig is om op zo'n manier weerstand te bieden aan de bezetting en onderdrukking in de Westelijke Jordaanoever. De stenengooiers –tussen de 10 en 20 jaar oud- uitten hun frustratie, verdriet, en vooral woede over de vrienden, familie, vrijheid in inkomsten (landbouwgrond) die van hen zijn afgenomen in de afgelopen jaren. Het stenengooien richting gepantserde jeeps en verscholen militairen (van veertig meter afstand) kan nog geen spreekwoordelijke deuk in een pakje boter genoemd worden, maar er is heel wat 'tegennatuurlijke kracht' nodig om je leven zo op het spel te zetten.
Demonstratie Nil'in - soldaten en een nederzetting op de achtergrond
In deze omgeving maken gewenning, overlevingstechnieken en het overwinnen van angst deel uit van het dagelijks leven. Elders in de wereld vormen dit deze mechanismen vooral een bron van verwarring. Tamer, een locale vrijwilliger bij Project Hope, verbleef enkele jaren geleden voor het eerst in het buitenland.
Stenengooiers Nil'in (soldaten rechts buiten beeld)
Hij bracht een aantal maanden in Frankrijk door, maar heeft de eerste weken vooral gehuild en kon zijn bed niet uitkomen. Hij was geschokt door het verschil met zijn leven in de bezette Westelijke Jordaanoever. De vrijheid en veiligheid die hij ervoer, was te overweldigend en vreemd. Ook had hij het gevoel dat hij zijn vrienden en familie in de steek had gelaten. Hij was als een vis op het droge en miste Nablus. Na een tijdje wende de ‘normaliteit’ van Frankrijk.
Journalisten bij de demonstratie in Nil'in
Moeten wennen aan vrede en veiligheid; ik wens het niemand toe.
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 17 November 2009 om 22:59 | Permalink | Comments (0)
11/12/2009
"Strong fences make good neighbours"
Deelnemers ICAHD tour vol frustraties.
Ooit de belangrijkste handelsroute tussen Jeruzalem en Jericho, nu onderbroken door de muur
Demonstratie in Ni'in (www.palsolidarity.org)
Terwijl maandag in vele landen het 20-jarig jubileum van de val van de Berlijnse muur werd gevierd, werd in Nil'in voor het eerst sinds de bouw een stuk van de afscheidingsmuur tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever omvergeworpen.
Nil'in is een Palestijns dorp zo'n 20 kilometer ten zuidoosten van Tel Aviv, in de Westelijke Jordaanoever. Het dorp is in stukken gedeeld door de afscheidingsmuur en een autoweg die alleen voor settlers bedoeld is. Sinds 1948 is het dorp 44% van haar grond kwijtgeraakt aan de staat Israël, de illegale nederzettingen Modi'in Ilit, Mattityah en Hashmonaim, en de afscheidingsmuur. In 2004 werd een begin gemaakt met de bouw van de muur dwars door het dorp Nil’in met als resultaat dat veel landbouwgrond van het dorp aan de Israëlische kant van de muur terecht kwam. Ondanks een bevel tot opschorting afkomstig van het hoogste Israëlische Gerechtshof (Israeli Supreme Court) en het vernietigende oordeel van het Internationale Gerechtshof in Den Haag in 2004 werd de bouw van de muur door het grondgebied van Nil’in in mei 2008 voortgezet.
Met de voortzetting van de bouw van de muur, werd ook het lokale protest tegen de muur weer hervat. Gesteund door internationale symphatisanten houden de inwoners van Nil’in sindsdien demonstraties. Ondanks dat stenengooien de enige uitzondering vormt op het vreedzame protest tegen de bouw van de muur door Nil'in, zijn sinds mei 2008 al vijf inwoners van Nil'in om het leven gekomen door kogels van Israëlische zijde. Vier van deze inwoners kwamen om het leven door schotwonden in het hoofd en in de rug.
In het voorjaar hebben de Israëlische autoriteiten nieuwe richtlijnen uitgevaardigd aan de lokale grenspolitie, die tot taak heeft om de muur te bewaken. Deze grenspolitie heeft toestemming gekregen met scherp te schieten op Palestijnen die vlakbij de muur en andere afbakeningen (fysieke blokkades zoals prikkeldraad) actievoeren. Volgens dezelfde richtlijn is gericht schieten echter niet toegestaan wanneer zich Israëlische of internationale burgers onder de demonstranten zouden bevinden. Eind juli nog kwam de 10-jarige Ahmed Ussam Yusef Mousa om het leven toen hij door de Israëlische grenspolitie in zijn hoofd werd geschoten. Samen met andere kinderen probeerde hij prikkeldraad van de grond van Nil'in te verwijderen, waarop de soldaten zonder waarschuwing het vuur opende op de kinderen.
Ondanks de diverse wapens die de Israëlische overheid inzet tegen de ongewapende demonstranten (levensgevaarlijke traangasprojectielen, rubberkogels, 'gewone' kogels, stinkwater, etc.), blijven de inwoners en symphatisanten geloven in geweldloos verzet. Het grove geweld dat tegen de inwoners en symphatisanten wordt ingezet, heeft tot dusverre niet geleid tot onderzoek naar de gedragingen van de Israëlische agenten en soldaten. Door regelmatig dorpelingen en internationals te arresteren en huizen overhoop te halen, probeert de Israëlische overheid het verzet tegen de muur te breken.
Helaas is het verhaal van Nil'in en het (on)zichtbare onrecht en lijden dat gepaard gaat met de afscheidingsmuur niet uniek. Het is slechts één van de vele voorbeelden. Het Israeli Committee Against House Demolitions (ICAHD) is een organisatie die sinds 1997 opkomt voor de rechten van Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever. Landonteigeningen als gevolg van de afscheidingsmuur is een belangrijk thema binnen het werk van ICAHD. Ook probeert de organisatie de ogen van de internationale gemeenschap te openen voor de overeenkomsten van de situatie in de Westelijke Jordaanoever met het vroegere Apartheid Zuid-Afrika. Tijdens een tour met ICAHD vorige week werd me weer extra duidelijk welke systematische and planmatige aanpak ten grondslag ligt aan het beleid van Israël in de Westelijke Jordaanoever. De route van de afscheidingsmuur is bijvoorbeeld zó gekozen dat meer Palestijns land met zo min mogelijk Palestijnse inwoners bij Israël wordt gevoegd. Op ICAHD's website, www.icahd.org, vind je uitgebreide en onmisbare informatie over Israëlisch beleid en uitvoering ervan in de Westelijke Jordaanoever.
Groeten vanuit een lawaaiig, grieperig, maar opgewekt Project Hope huis.
Salam!
Lydia
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 12 November 2009 om 16:52 | Permalink | Comments (1)
11/04/2009
Ziende blind
Teamoverleg tijdens voetbalwedstrijd op schoolterrein
Arabische straatnaam afgeplakt (Jeruzalem)
De Dome of Rock, bij de Al Aqsa Moskee
Een kind dat in een veld aan het spelen is, wordt doodgeschoten omdat hij te dicht bij een
naastgelegen dorp komt.
Een boer moet machteloos toezien hoe zijn land, met daarop eeuwenoude olijfbomen, wordt
geconfisqueerd en platgewalst voor de aanleg van een weg die hij niet mag gebruiken.
Een gezin moet toezien hoe een bulldozer hun thuis met de grond gelijk maakt, omdat het zonder vergunning gebouwd is; een vergunning die ze al jaren tevergeefs proberen te bemachtigen.
Een jonge vader
Een meisje heeft nachtmerries over het lot van haar broer die maanden eerder zonder
aanklacht of opgaaf van reden is gearresteerd.
Het bovengenoemde dorp is een nederzetting in de Westelijke Jordaanoever. De boer en het gezin wonen in de Westelijke Jordaanoever en zijn het slachtoffer van kolonisatie van hun grond door de Israëlische overheid. De barrière is de afscheidingsmuur (ook wel apartheidsmuur genoemd) en de gevangenis staat in Israël.
Vrienden, familie en geïnteresseerden in
Amerikaanse private organisaties hebben sinds 1977 maarliefst 50-60 miljard dollar geïnvesteerd in illegale nederzettingen in de bezette Westelijke Jordaanoever.[1]De settlers (bewoners) wonen op 2% van de Westelijke Jordaanoever, maar hun infrastructuur (wegen, militaire bases, checkpoints, plantages, parken) beslaat in totaal 40% van de Westelijke Jordaanoever.[2]Deze 40% van de Westelijke Jordaanoever is verboden terrein voor Palestijnen, wiens bewegingsruimte beperkt wordt tot krimpende eilandjes, die zo nu en dan worden bedreigd of aangevallen door enkele settlers. Het Amerikaanse overheidsstandpunt is dat de nederzettingen in strijd zijn met internationaal recht. Het tegengaan van financiering en facilitering van de nederzettingen vanuit de VS is helaas geen logisch gevolg van dit standpunt.
En dan
Organisaties als de Verenigde Naties, het Internationale Rode Kruis en Amnesty International schrijven en filmen hier hele kilometers aan materiaal en toch lijkt dat geen verschil te maken. Het is niet een gebrek aan informatie die zorgt voor de politieke onverschilligheid jegens wandaden gepleegd door de Israëlische overheid en extremistische settlers in de Westelijke Jordaanoever. Mijn grote vraag is, waar komt de houding dan wel vandaan? Financiële belangen; een sterke pro-Israël lobby; een schuldgevoel en trauma van de Holocaust; ideologische motivaties; angst voor de Islam, wat de redenen ook mogen zijn, deze ‘kop in het zand’ tactiek doet meer kwaad dan goed.
Wanneer mensen als Dries van Agt op proberen te komen voor de mensenrechten van Palestijnen, worden ze direct weggezet als voorstanders van terrorisme, antisemieten, en tegenstander van Israël als geheel. Waarom is menselijk waardigheid van Palestijnen niet bespreekbaar? Waarom is ‘terreur’ het enige label dat gebruikt mag worden? De houding tegenover de Israëlische overheid wordt gekenmerkt door straffeloosheid, doofheid en politieke onwil. Nu heb ik een idee waar de uitdrukking ‘ziende blind’vandaan komt.
[1] http://www.irmep.org
[2] United Nations – Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA), The humanitarian impact on Palestinians of Israeli settlements and other infrastructure in the
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 4 November 2009 om 13:05 | Permalink | Comments (0)
10/27/2009
Cowboys en dilemma's
Jongens proberen hun geduld te bewaren
Het begin van Kalandia Checkpoint
De smalle stalen sluizen vormen een onderdeel van het checkpoint
Ze wilden wel honderd keer op de foto
Verhaal met publiek maar zonder inhoud
Vlak voor het afpakken van paspoorten
Yehiel Grenimann, van Rabbies for Human Rights, wordt zonder aanleiding gearresteerd
De settlers bekijken de arrestaties van 'hun' dak.
In mijn blog 'wij komen in vrede….' schreef ik over Palestijnse families die in Sheikh Jarrah (een woonwijk in Oost-Jeruzalem) uit hun huizen zijn gezet om plaats te maken voor joodse settlers uit de Verenigde Staten en Europa. Zondagmiddag hoorden we bij Project Hope dat de Al Ghawi familie -die ik enkele weken eerder bezocht had- met tent en al van straat zouden worden verwijderd. De Al Ghawi's hadden tot zondag de tijd om hun tent op te ruimen en te vertrekken, anders zouden het leger en de politie hen daarbij komen helpen. Met dat vooruitzicht konden de families alle internationale steun (aan berichtgeving en aanwezigheid) goed gebruiken. Een uur na het ontvangen van het bericht zat ik met vier Project Hope collega's in de bus richting Jeruzalem, om daar 's nachts bij het gezin te blijven, wanneer ze de internationale 'big brothers' het hardst nodig hebben.
'Kalandia' is een groot en berucht checkpoint in een lange reeks checkpoints onderweg naar de heilige stad. Toen onze taxibus er strandde, bleek Kalandia zonder opgaaf van reden of duur gesloten te zijn. Het enige wat je dan kunt doen is wachten en hopen dat geen enkel gefrustreerd jongetje het in z'n hoofd haalt om een steen te gooien naar één van de vele legerjeeps. Dat zou namelijk een typisch geval van 'pleuris uitbreken' betekenen. Dat gebeurde gelukkig niet en na 2,5 uur wachten werden we als een lading vee in kleine groepjes door de sluizen, hekken en poortjes geloodsd. Niemand werd ondervraagd of gefouilleerd en geen enkele tas werd gescand of doorzocht. Hier weet iedereen allang dat de muur en checkpoints er niet voor de veiligheid staan. Nu de rest van de wereld nog.
Bij aankomst in Sheikh Jarrah bleek er niet veel veranderd te zijn in de situatie van de gezinnen van de Al Ghawi familie; ze wonen nog steeds op straat. Echter, dit maal vertelden ze hoe ze enkele avonden eerder 's avonds in hun tent waren aangevallen door de settlers die met vuisten en staven op iedereen (incl. vrouwen en kinderen) in begonnen te slaan. Vooral Sadah, één van de vaders, is er bekaaid vanaf gekomen met letsel aan zijn borstkas en een zware hersenschudding. Hij moet nu voor de rechter verschijnen op aanklacht dat hij de settlers zou hebben aangevallen. Tijdens de aanval op de Al Ghawi's waren internationale symphatisanten aanwezig die de daadwerkelijke toedracht met camera hebben weten vast te leggen, dus Sadah maakt zich niet zo'n zorgen over de uitkomst van het politie-onderzoek. Hopelijk heeft hij daar gelijk in. De Israëlische arts die Sadah behandelt, heeft hem te ziek bevonden voor verhoor door de Israëlische politie en het bezoek aan het politiebureau zal moeten wachten tot hij verder hersteld is.
Toen wij –de in totaal 7 'waakhonden'- onze slaapplek op straat klaarmaakten, kwam de politie aanscheuren. De agent achter het stuur begon in het Hebreeuws naar me schreeuwen. Toen ik aangaf geen Hebreeuws te spreken, had dat alleen verhoging van het volume tot gevolg. Vertaling door de Al Ghawi's maakte duidelijk dat de settlers de politie hadden gebeld omdat wij (de internationals) ze bekogeld zouden hebben met stenen. Mijn hersenen hadden een paar seconden nodig om deze vertaling te plaatsen bij de werkelijkheid. De politieagenten hadden al gauw door dat dit de zoveelste pesterij van de settlers was en vertrokken naar de volgende oproep.
De nacht verliep verder rustig en de volgende middag bracht ik samen met Sara en Ali (van Project Hope) en twee leden van International Solidarity Movement (http://palsolidarity.org/) door bij de Al Ghawi familie. Aan het eind van de middag, net voordat Sara en ik terug naar Nablus moesten, arriveerden twee tourbussen met ongeveer 40 toeristen en congresgangers aan boord. Deze kwamen langs om de situatie in Oost-Jeruzalem met eigen ogen te zien. Ze waren duidelijk ontdaan door wat ze zagen en vooral boos dat hun regeringen in Europa en de VS deze misstanden toelaten. Sommigen van hen spraken Hebreeuws en probeerden een gesprek aan te knopen met de settlers en bouwvakkers die bezig zijn het huis te verbouwen. Normaal gesproken is een gesprek absoluut niet mogelijk, maar uiteindelijk was één van de bouwvakkers opeens bereid om vragen te beantwoorden. Met zijn mobieltje filmde hij de gezichten van zijn gesprekspartners, net zoals ik twee weken geleden ook op de gevoelige plaat was vastgelegd. De man hield, met veel herhaling en inhoudsloze zinnen de aandacht van ons vast (ongeveer 10 internationals). De andere buitenlanders waren met de gezinnen in gesprek of stonden in kleine groepjes hun ontzetting uit te spreken over de situatie in Sheikh Jarrah. Enkele minuten nadat de bouwvakker aan de poort was komen staan, kwamen de politie en het leger aangescheurd en stopten hun met piepende banden vlak naast ons. We werden naar de overkant van de straat geveegd. Toen begreep ik waarom de bouwvakker onze aandacht en nabijheid vast had willen houden. Overdovende commando's (in het Hebreeuws) kwamen uit één van de politiewagens. Mijn buurman vertaalde dat we vijf minuten kregen om onszelf van de straat te verwijderen. Dertig seconden later stonden we in een lijn op de stoep, tegenover de soldaten en agenten. De meesten van hen kwamen over als "trigger happy cowboys" terwijl een enkeling duidelijk met tegenzin zijn uniform had aangetrokken die ochtend. Ik merkte dat ik medelijden had met een jonge soldaat die duidelijk geen deel uit wilde maken van dit geheel. Nadat dat we -zoals was bevolen- op de stoep hadden plaatsgenomen, werden we alsnog in de rondte geslingerd door de politie en het leger. Ze waren er duidelijk op uit om ons een agressief weerwoord te ontlokken. Dat kwam er niet en dus werden de mensen die foto's en video-opnames maakten beetgepakt en om hun paspoort gevraagd. Ali gaf direct zijn paspoort toen het hem werd gevraagd. De hoofdagent bleef achter mij aanzitten om mijn paspoort in handen te krijgen. De Al Ghawi moeders riepen in paniek dat ik mijn paspoort niet moest geven, omdat ik dan gedeporteerd zou worden. De enige optie was maken dat ik wegkwam. Het paspoort van een Griekse diplomate werd afgepakt. Ze schreeuwde moord en brand dat het verboden is om een diplomatenpaspoort in te nemen. Toen ze het terugpakte uit de hand van een politieagente werd ze hardhandig op de grond gewerkt en in een politiebus gegooid. Na haar volgden nog een Israëlische rabbijn, een Britse cameraman en een vierde international, van wie ik geen details weet. Liggend achter een paar geparkeerde auto's heb ik nog wat video-opnames proberen te maken, maar toen de hoofdagent mij weer in het vizier kreeg, zette ik het samen met Sara op een lopen. We renden de berg op tussen huizen en terrassen door. Een Palestijnse jongen loodste ons uiteindelijk via een slingerroute de berg op tot we bij een autoweg kwamen. Daar stapten Sara en ik op de eerste de beste minibus richting Ramallah, de verbindingsstad richting
Ik heb zelden zo'n innerlijke strijd gevoeld als bij het oprennen van de berg. De normen en waarden die in een vrije samenleving gelden ('je laat je vrienden niet in de steek'; 'je staat op tegen onrecht'; 'je laat de aggressor niet zijn gang gaan') zijn in strijd met de wetten van de realiteit hier. Alles wat je ooit over loyaliteit geleerd hebt, moet je hier in een ander perspectief plaatsen. Want gedeporteerd worden zou inhouden dat je bijdrage hier, hoe klein ook, stopt. De enige manier waardoor ik op dat moment iets kon betekenen, was door mensen in de steek te laten. Krommer dan dat wordt het niet.
Ik zou zeggen; proost vanavond op je vrijheid, op het vast kunnen houden aan je onvervreemdbare waarden....en als er na het proosten nog de mogelijkheid voor is, kijk dan even op http://palsolidarity.org/tag/east-jerusalem
Salam!
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 27 October 2009 om 23:51 | Permalink | Comments (6)
10/20/2009
Het dagboek van een…..
Het dagboek van een…..
○ lerares Engels, muziek, viool
○ gedragstherapeut
○ klankbord
○ criminologe
○ internationale mensenrechtenactivist
○ westerse vrouw in
● alle bovenstaande
Normaal gesproken geeft één rol al genoeg stof tot nadenken. De gemiddelde Project Hope vrijwilliger heeft vele functies en schrijft iedere week heel wat dagboekbladzijdes vol om de bovenkamer opgeruimd te houden. Een ontmoeting vorige week doordrong me ervan dat je hier goed op je mentale gezondheid moet blijven letten.
Vrijdag gingen we met een aantal Project Hope vrijwilligers naar Rjieb (dorp vlakbij
Zo vader zo zoon.
Wat het werk betreft; mijn rooster bij Project Hope staat nu helemaal vast. Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Mijn week bestaat uit: Engelse les geven aan meisjes uit vluchtenlingenkamp Al-Ein (
Het werk met de kinderen is erg afwisselend. Soms geef ik les aan een groep kinderen die allemaal ontzettend veel individuele aandacht nodig hebben (die ik slechts deels
Meisje uit Askar tijdens haar tweede vioolles.
Ik heb het trouwens ontzettend getroffen met mijn medevrijwilligers; allemaal lekker nuchter en er zitten geen grote ego's of wanna-be-helden tussen. Als geheel zijn we een bont en energiek stel….wereldburgers.
Nog twee 'tips voor de kijker'; "Arna's children" en "Bil'in my love". Deze documentaires vertellen een rauw, eerlijk en open verhaal dat je niet uit de krant of een actualiteitenprogramma kunt halen.
Meisjes van een VN-school voor vluchtelingen.
Nu ga ik op pad naar de volgende vioolles. De 'tune' van vandaag: Pink Panter.
Salam! (vrede!)
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 20 October 2009 om 14:17 | Permalink | Comments (2)
10/13/2009
Wij komen in vrede....
Palestijns jongetje voor zijn vroegere huis.
Kinderen Al-Gahwi leven op straat
Settlers snellen hun huis uit
Afgelopen week vertrok ik samen met twee Noorse Project Hope collega's voor twee dagen naar Sheikh Jarrah, een wijk in het Palestijnse deel van Jeruzalem. In deze wijk zijn begin augustus negen Palestijnse gezinnen -waaronder negentien kinderen- 's nachts uit huis gehaald en op straat gezet door de Israëlische autoriteiten. Enkele uren na hun uitzetting trokken joodse settlers afkomstig uit de Verenigde Staten en Europa onder zware politiebewaking in de huizen. Sindsdien zijn de Palestijnse gezinnen dakloos en leven ze op de trottoirs voor hun huizen.
De gezinnen weigeren te naar andere woonruimte op zoek te gaan en worden bijna dag en nacht bijgestaan door internationale mensenrechtenorganisaties, media en symphatisanten. Ik heb met eigen ogen kunnen zien hoe de settlers de gezinnen provoceren en intimideren. De mannen uit de Palestijnse gezinnen worden regelmatig opgepakt en een enkele dagen vastgehouden, om te zorgen dat ze de moed opgeven en vertrekken uit de wijk. De vastberadenheid van de gezinnen komt niet alleen voort uit het verlangen om ooit weer door hun voordeur te kunnen stappen. Ze houden ook voet bij stuk voor 25 andere families in de wijk die dezelfde nachtmerrie te wachten staat. De uitzettingsbevelen zijn al uitgevaardigd en hoeven alleen nog uitgevoerd te worden. Voor de juridische constructie die aan de uitzettingsbevelen te pas moest komen, adviseer ik u om een kijkje te nemen op www.ir-amim.org.il/Eng.
De uitzettingen vormen onderdeel van het Israëlische overheidsbeleid om de gehele stad Jerusalem bij Israël te voegen, in strijd met alle afspraken en regelgeving omtrent de verdeling van de stad. Hoeveel dikke VN-auto's er ook door Jeruzalem scheuren, het confisqueren van Palestijnse woningen en grond gaat door. Een saillant detail; dezelfde VN wees het Sheikh Jarrah gebied in 1948 toe aan deze Palestijnen toen ze vluchtten uit het gebied wat de staat Israël moest worden.
De Israëlische overheid en settlers ontvangen de noodzakelijke assistentie van (voornamelijk Amerikaanse) vastgoedconglomeraten en joodse organisaties die het illegale settlen in Palestijns gebied aanmoedigen en op alle mogelijke manieren faciliteren (denk aan onteigenen van Palestijnen, bouwen van woningen, infrastructuur en beveiliging). Enkele van dit soort actoren zijn Nahalat Shimon, El-Ad Group, Ateret Cohanim en Nefesh b'Nefesh.
Als je dan de settlers uit 'hun nieuw huis' (lees; fort) ziet komen met een klein meisje in de buggie en een tweede kindje op komst, dan vraag je je toch af wat er van kinderen van settlers terecht
Bij deze beloof ik trouwens snel meer over mijn werk bij Project Hope te zullen schrijven.
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 13 October 2009 om 15:43 | Permalink | Comments (9)
10/07/2009
Aangekomen in Nablus
Na veel inlezen, een afscheidsfeest en mijn voorlopig laatste frikadel speciaal kon de reis beginnen.
De grootste uitdaging was het bemachtigen van een toeristenvisum voor Israël, welke 90 dagen geldig is. Deze is noodzakelijk om in de Westelijke Jordaanoever te komen en wordt verstrekt bij aankomst op het vliegveld van Tel Aviv. Eerdere Project Hope vrijwilligers die bij het visumloket eerlijk waren over de reden van hun komst werden op het eerste vliegtuig terug naar huis gezet. Creativiteit was dus geboden toen ik moest uitleggen waarom ik een ticket had voor drie maanden, om een klein land als Israël te bezoeken. Het leek me cruciaal om de goede rij uit te zoeken bij de visaloketten. Zoals het ook gaat met 'de goede rij kiezen' in de supermarkt, veranderde mijn rij op het laatste moment toch nog in de meest ongunstige rij. De vriendelijke mevrouw achter het loket werd vervangen door Mathilda's kwade schooljuffrouw. Na een kort ademhalingsoefening begon mijn act. Blijkbaar gaf ik de goede antwoorden, gecombineerd met de juiste houding, want na 10 minuten van doorvragen stond de felbegeerde sticker in mijn paspoort.
Vanaf Tel Aviv ging mijn reis verder in bussen. In de bus van Ramallah naar Nablus kwam een Palestijnse vrouw van middelbare leeftijd naast me zitten die zich in het Arabisch voorstelde. Direct na het uitwisselen van de eerste groeten begon ze over haar zoon te vertellen. Uit haar gebaren maakte ik op dat hij was overleden. Het had iets te maken met Israëlische soldaten in Tel Aviv. Ze liet me een tekening zien waarin haar zoon voor een achtergrond van Arabische teksten en de Palestijnse vlag was afgebeeld. Vervolgens maakte ze het gebaar van een rugzak en een riem om doen en veerde omhoog van haar stoel. Dit leek op een lugubere variant van Triviant. Haar zoon was een martelaar geworden en zij vertelde nu aan een wildvreemde buitenlandse over de wanhoopsdaad van haar zoon. Omdat ze geen (zichtbaar) verdriet uitte tijdens haar verhaal wist ik niet hoe ik moest reageren. Verwachtte ze medeleven? Bewondering? Respect? Het leek alsof een aparte vorm van trots het verdriet draaglijker had gemaakt. Ondanks dat ik nog 100 vragen voor haar had, namen we bij aankomst in Nablus afscheid.
Mijn eerste indrukken in Nablus? Die zijn samen te vatten in gastvrijheid, behulpzaamheid, de geur van falafel en kebab, herrie van bouwprojecten, vieze straten, gezang van minaretten, laag overvliegende straaljagers, magere zwerfkatten, en toeterende bruidsstoeten.
Al vrij snel na aankomst bleek dat Hakim - de manager van Project Hope - mij naast het geven van Engelse les en muziekworkshops ook in wil zetten op de An-Najah Universiteit in Nablus. Door mijn focus op internationaal recht tijdens mijn studie criminologie zou ik studenten in een project iets kunnen leren over internationaal recht en wat dit voor hen betekent en kan betekenen. In samenspraak met studenten en professors probeer ik in kaart te brengen waar de studenten het meest bij gebaat zijn. Wordt dus vervolgd…..
De laatste twee maanden was er een relatieve rust in de Westelijke Jordaanoever. Maar de beslissing van de Palestijnse regering om een reactie op het Goldstone Rapport uit te stellen, leidt nu tot spanningen in de Palestijnse gebieden. De mensen hier voelen zich belazerd en in de steed gelatin. In Nablus speculeert men erop los over wat de gevolgen van het overheidsbesluit zullen zijn. De tijd zal het leren…. Intussen maak ik me klaar voor de eerste Engelse lessen, muziekworkshops en trainingen aan studenten.
Tot de volgende blog!
Geplaatst door Lydia de Leeuw op 7 October 2009 om 09:08 | Permalink | Comments (9)
