12/20/2012

Computer kan over vijf jaar voelen, zien, proeven, horen en ruiken

Ieder jaar maakt IBM in de maand december haar “5 in 5”-lijstje bekend: vijf technologiëen die de komende vijf jaar de wereld waarin wij leven radicaal veranderen. Deze innovaties worden aangeleverd door de eigen experts die wereldwijd in de diverse IBM onderzoekslaboratoria werken.

Dit jaar wijkt het lijstje voor het eerst af van de voorgaande “5 in 5”-lijsten. De nieuwe technologiëen die IBM voorziet staan namelijk direct met elkaar in verband. Ze zijn allen een op een gekoppeld aan de menselijke zintuigen. Niert voor niets duidt het bedrijf het komende tijdperk als “the age of cognitive computing”. De computer komt hiermee op een hoger niveau binnen de bekende DIKW-hiërarchie terecht. De computer was al van het niveau van dataverwerking naar informatieverwerking overgegaan. Nu komt ze echter terecht op het niveau van kennisverwerking. Dit nieuwe plafond vereist dat computers de wereld om ons heen begrijpen. Computers moeten het vermogen ontwikkelen om zelfstandig hun omgeving waar te nemen en er betekenissen aan toe te kennen. Dit waarnemingsvermogen kan alleen gerealiseerd worden wanneer de computer net als de mens beschikt over zintuigen. De computer moet in staat zijn om te zien, te horen, te ruiken, te proeven en te voelen om betekenis aan iets toe te kennen. Bedrijven als Google met Project Glass, Apple met Siri en Microsoft met Kinect begaven zich al eerder op dit gebied. IBM zet hier nu de komende jaren ook zwaar op in.

Smarter Planet op steroïden

 De afgelopen vier jaar stond het “Smarter Planet”-gedachtengoed hoog op de agenda van IBM. Smarter Planet is IBM’s visie op het “Internet of Things”. Smarter Planet geeft bedrijven en instellingen de instrumenten om orde te scheppen in de chaos om hen heen. Om de complexe wereld als het ware inzichtelijk te maken. Volgens IBM’s CIO Bernard Meyerson komen nu een aantal technologiëen tezamen die het oorspronkelijke Smarter Planet gedachtengoed doen verbleken. Het tijdperk van “cognitive computing” is Smarter Planet, maar dan op steroïden.

Een van de meest interessante aspecten van deze verschuiving is het vermogen van machines om de rechterkant van het menselijk brein na te bootsen en te versterken. Hebben computers mensen in het verleden geholpen om beter te begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Nu komen een aantal nieuwe technologiëen bij elkaar, die het mensen mogelijk maakt om dingen nog beter te begrijpen op een veel dieper niveau dan ooit tevoren. Met als directe gevolg dat mensen in staat zijn om nog betere beslissingen te nemen.

Leftrightbrain
Technologie verbetert de mens 

De visie van IBM sluit naadloos aan op het beeld dat Eric Schmidt, de voormalig CEO van Google ons al enige tijd voorhoudt. Schmidt spreekt over “Augmented Humanity”: “So in this notion of augmented humanity, of Google helping, computer companies helping, it´s not a new idea. It´s been around along time, Bill Gates in 1990 in Comdex called it “Informa-tion at your Fingertips”. All the information someone might be interested including information thay they can't get today. An we're nearly there, which is what's so profound. An literally, you can know literally everything. It's fantastic right? And this is only going to become more pervasive. Think about it as hearing, speaking, thinking, augmenting the way you understand things, all of it literally available to you now. That's the big change, because of the combination of the mobile device, the network and these supercomputers.”

 Zelflerende vermogen van systemen 

In de komende jaren zullen computers nog meer bedreven worden in het omgaan met complexiteit. In plaats van afhankelijk te zijn van mensen die regels code in het geheugen zetten, programmeren computers zichzelf, zodat ze zich nog beter kunnen aanpassen aan de veranderende omgeving en de gestelde verwachtingen. Computers leren zelfstandig door te interacteren met gegevens in al haar verschillende hoedanigheden: getallen, tekst, video, enzovoorts. In toenemende mate worden ze zo ontworpen dat ze steeds meer op dezelfde manier denken zoals wij mensen dat doen. Inmiddels kennen we al een aantal van dit soort voorbeelden: zelfsturende auto’s, het neurale netwerk van Google dat zelfstandig katten herkent en de wijze waarop Microsoft gesproken taal realtime vertaalt. Al deze systemen nemen de wereld waar met digitale sensoren die de menselijke zintuigen overstijgen. Volgens IBM’s Meyerson hoeven we echter niet bang te zijn dat het menselijk intellect vervangen wordt door een kunstmatig brein. Ons biologische brein wordt alleen versterkt op die fronten waar het zwak in is: “in the era of cognitive systems, humans and machines will collaborate to produce better results–each bringing their own superior skills to the partnership. The machines will be more rational and analytic. We’ll provide the judgment, empathy, morale compass and creativity.”

 Technologie verandert de mens 

Marshall McLuhan, het orakel van het electronische tijdperk, verkondigde ooit: “All media are extensions of some human faculty. Mental or physical. The wheel is an extension of the foot. Book is an extension of the eye. Clothing is an extension of the skin. Electric circuitry is an extension of the central nervous system. The extension of anyone’s sense, displaces the other senses and alters the way we think. The way we see the world and ourselves. When these changes are made, men change.” Doordat technologie steeds meer onze natuurlijke interface – onze zintuigen – versterkt, gaan we een steeds intiemere relatie met informatie aan. Informatietechnologie kruipt letterlijk onder onze huid. Onze relatie met informatie wordt symbiotisch. De een kan niet zonder de ander. Het zal er uiteindelijk toe leiden dat we als mens zullen veranderen. Hopelijk is dit ten goede, zoals IBM’s Meyerson aan het einde van zijn blogpost schrijft: “[...] I don’t believe that cognitive systems will usurp the role of human thinkers. Rather, they’ll make us more capable and more successful–and, hopefully, better stewards of the planet.”

Posted by Sander Duivestein on december 20, 2012 at 09:47 vm | Permalink | Reacties (0)

11/20/2012

Is Google God?

Steve Wozniak, medeoprichter van Apple, was een van de sprekers tijdens de vierde editie van TEDx Brussel.  Aan het einde van zijn presentatie maakte hij de volgende opmerking: "Nowadays, where do you go to ask questions? The answer starts with ‘GO’, and it’s not God." Het antwoord op deze vraag mag duidelijk zijn. In Wozniak zijn ogen is Google de “Alwetende”. 

 

De vraag of Google God is, is al sinds het bestaan van ‘s werelds grootste zoekmachine gesteld. Er is zelfs een website http://www.isgooglegod.com in het leven geroepen die een overtuigend antwoord geeft op deze vraag. 

De opmerking van Wozniak zet echter wel tot nadenken aan. Google bestaat volgend jaar 15 jaar, en in deze korte tijd is de zoektechnologie een onmisbaar onderdeel van ons dagelijks leven gaan vormen. We kunnen niet leven zonder Google. Google is alwetend en alomtegenwoordig. 

De kerk van Google

Matt MacPherson richtte in augustus 2006 de website http://www.thechurchofgoogle.org op. Tijdens een griepje verveelde hij zich stierlijk en uit pure balorigheid bedacht hij de website. Op de voorpagina van de site is het volgende te lezen: 

We at the Church of Google believe the search engine Google is the closest humankind has ever come to directly experiencing an actual God (as typically defined). We believe there is much more evidence in favour of Google's divinity than there is for the divinity of other more traditional gods. We reject supernatural gods on the notion they are not scientifically provable. Thus, Googlists believe Google should rightfully be given the title of "God", as She exhibits a great many of the characteristics traditionally associated with such Deities in a scientifically provable manner.” 

De traditionele goden hebben volgens MacPherson afgedaan. Wetenschappelijk gezien valt er geen bewijs te leveren dat deze goden bestaan. Google daarentegen bezit wel veel van de eigenschappen die normaliter aan goden worden toegewezen en Google is gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. MacPherson heeft zelfs negen bewijzen om aan te tonen dat Google god is. Zo is Google onder andere omniscient, omnipresent, onsterfelijk, oneindig, vergeet ze niets en beantwoord ze gebeden. Volgens MacPherson moet Google dus welhaast God zijn. Vandaar dat hij een kerk voor het bedrijf heeft opgericht.

In het boek Church in an Age of Crisis” van James Emery White is zelfs een compleet hoofdstuk gewijd aan de vraag of Google God is. Ook White verwijst naar de invloed die websites als Facebook en Google op ons leven uitoefenen. Volgens White dichten we ze goddelijke kwaliteiten toe. We zijn niet alleen gefascineerd door hun macht, maar net zoals de oude Israëlieten voor de altaren van Baäl knielden, buigen en aanbidden we hen.

Iedereen die ooit heeft gekeken naar de introductie van een nieuw Apple produkt, zal zich de kreten van bewondering herinneren, de “oohs” en “ahhs” zijn dan niet uit de lucht gegrepen. Een complete cultus van ultieme verering is in de afgelopen jaren rondom het merk Apple ontstaan. Volgens wetenschappelijk onderzoek veroorzaakt het merk Apple dezelfde chemische reactie in onze hersenen als een diepgaande  religieuze beleving. En in het geval van Apple is Steve Jobs de messias. 

De toekomst van Google

Terug naar de vraag van is Google God? Op 1 mei 2002 deed Larry Page, medeoprichter van Google en tegenwoordig de CEO van het bedrijf, in een vraag-en-antwoord sessie op de Stanford Universiteit zijn toekomstvisie van Google uit de doeken: “The mission that I laid out for you will take us a little while, since that’s AI-Complete. I don’t know if you guys know what it means? It means artificial intelligence. [...] If you solve search, you can answer any question, that means that you can do basically anything.” In 2006 liet Page weten dat Google pas vijf procent van dit ultieme einddoel had gerealiseerd: People always make the assumption that we're done with search. That's very far from the case. We're probably only 5% of the way there. We want to create the ultimate search engine that can understand anything. Some people could call that artificial intelligence."  Een lange weg moet nog afgelegd worden voordat Google zichzelf AI Complete kan noemen.

Sinds 2006 heeft Google echter de nodige meters afgelegd in het verwezenlijken van haar stip op de horizon. In het laboratorium van het ultrageheime GoogleX wordt nu de lancering van een aantal produkten voorbereid die volledig gebaseerd zijn op vergaande kunstmatige intelligentie technologieen. Denk maar aan de zelfrijdende auto’s van Google, maar ook aan de Knowledge Graph in combinatie met Google Now en Google Glass. Het heeft er alle schijn van dat het einddoel van Google aanzienlijk dichterbij is dan een aantal jaren geleden. Vraag is alleen nog wanneer de kunstmatige intelligentie van Google zelfbewust wordt.

Posted by Sander Duivestein on november 20, 2012 at 10:48 vm | Permalink | Reacties (0)

11/12/2012

Publiek is de nieuwe default

In de film The Social Network, een film over het ontstaan van Facebook, maakt Sean Parker het volgende statement: ‘We used to live on farms, then in cities. Now we live on the Internet.’ De meeste tijd van ons digitale leven brengen we met name door in sociale netwerken. Iedere keer wanneer we een van deze websites bezoeken laten we informatie over onszelf achter. Deze netwerken verdienen vervolgens grof geld doordat ze onze privacy verhandelen. Privacy is de nieuwe munteenheid in deze digitale wereld.

Mark Zuckerberg, de CEO van Facebook, liet zich in januari 2010 in een interview met TechCrunch oprichter Michael Arrington als volgt uit over privacy: ‘People have really gotten comfortable not only sharing more information and different kinds, but more openly and with more people. That social norm is just something that has evolved over time.’ In de ogen van Zuckerberg is privacy geen issue. In het huidige tijdperk bestaat privacy simpelweg niet meer. Vroeger kon je ´s avonds nog je gordijnen dichtsluiten en kon niemand bij je naar binnen kijken. In het digitale tijdperk heeft dit geen zin meer. De gordijnen gaan  niet meer dicht. Iedereen kan altijd naar binnen kijken. Of je nu wilt of niet. Publiek is de nieuwe default.

Het is niet vreemd dat Zuckerberg zo denkt. In het artikel ‘What Facebook Knows’ beschrijft Tom Simonite dat Facebook boven op een gouden berg aan data zit. Volgens Simonite moet Facebook alleen nog een manier vinden om alle mogelijke inzichten die ze kunnen verkrijgen uit deze overvloed aan data te verkopen: ‘One potential use of Facebook’s data storehouse would be to sell insights mined from it. Such information could be the basis for any kind of business. Assuming Facebook can do this without upsetting users and regulators, it could be lucrative.’

Aan het begin van oktober 2012 lanceerde Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector, een online campagne om bewustzijn te creëren voor het feit dat persoonlijke data tegenwoordig op straat ligt. In het onderstaande filmpje verrast waarzegger Dave zijn gasten door allerlei weetjes uit hun priveleven op te diepen. Informatie die hij onmogelijk kan weten. Aan het einde van het filmpje wordt duidelijk waar Dave zijn kennis vandaan haalt.

 

De wereld van sociale netwerken doet sterk denken aan het panopticon (Grieks voor ‘alziend’), een architectonisch principe beschreven door de Engelse verlichtingsfilosoof Jeremy Bentham in 1791. Een panopticon maakt het mogelijk groepen te controleren, te disciplineren, te bewaken, te bestuderen, te vergelijken en te verbeteren. Het gebouw bestaat uit een toren met daaromheen een ring van cellen. Die hebben twee ramen: één naar buiten en één naar de toren toe. Eén opzichter in de toren volstaat om elke bewoner te bewaken, te kennen en te beheersen. We hoeven niet ver te zoeken voor de vergelijking met Facebook: door het raam naarbuiten voeden wij Facebook met de data waarop het platform draait, door het raam naarbinnen beheert Facebook onze digitale dataschaduw zonder dat wij de controle hebben over het gebruik en de exploitatie ervan.

‘Visibility is a trap’, schreef de Franse filosoof Michel Foucault en op het sociale web wordt dat steeds actueler. We geven onze data af aan willekeurige webplatformen en ‘if you are not paying for the service, you are the product’.

Op 1 oktober 2012 zag de minfilm Plurality het levenslicht op YouTube. De film verhaalt over het ultieme sociale netwerk. Een netwerk waarin alles en iederaan aan elkaar gekoppeld is op basis van ieders unieke DNA:

‘It has been two years since the Bentham grid has gone online in New York City. It was a technological marvel. The grid takes all those things unique to you. Your social security number, your passport, your debit and credit accounts and links them to one thing. Your DNA.

With just a touch the grid collects a tiny sample of your genetic material, ID-ing you instantly. Then a purchase can be deducted from your personal accounts or you can unlock and start your car. And it all works within a margin of error of 0.001 percent. The ultimate social netwerk. No cash has to change hands, no ID cards have to be shown, no keys have to be carried. Today you can´t do anything in New York City without the Grid knowing who you are and where you are.’

 

In de wereld van Plurality bestaat privacy niet meer. Het netwerk weet alles. Het is de ultieme verwezenlijking van Benthams visie, een panopticon op steroïden. Big Brother is waarheid geworden. Vraag is of wij in de toekomst in zo’n wereld willen leven?

Posted by Sander Duivestein on november 12, 2012 at 10:29 vm | Permalink | Reacties (0)

07/07/2012

Het voorkomen van misdaden wordt werkelijkheid

De science-fiction-film Minority Report (2002) van regisseur Steven Spielberg, met superster Tom Cruise in de hoofdrol, speelt zich af in het jaar 2054. In de film houdt een speciale Pre-Crime-taskforce zich bezig met arresteren van toekomstige moordenaars voordat ze daadwerkelijk een moord plegen. In de openingsscene van de film is te zien hoe een man zijn vrouw betrapt in bed met haar minnaar. Op het moment dat de bedrogen echtgenoot met een schaar probeert in te steken op zijn echtgenote, wordt hij gevloerd door een aantal agenten van het Pre-Crime departement. In de film wordt deze misdaad voorkomen door drie helderzienden, die drijvend in een tank gevuld met water, de toekomst kunnen voorspellen. Zodra het drietal een misdaad voorziet rukt de Pre-Crime afdeling er opuit.   Bovenstaand scenario is niet langer een ver-van-mijn-bed-show. In de praktijk is de rol van de helderzienden echter overgenomen door de brute rekenkracht van computers.

Het Santa Cruz experiment

In de Verenigde Staten is in 2011 een experiment gestart in de plaats Santa Cruz. Daar maakt de plaatselijke politie gebruik van een intelligent algoritme dat in staat is om misdaden te voorkomen. De gebruikte software is ontwikkeld door een viertal wetenschappers van het bedrijf PredPol: de wiskundigen George Mohler en Martin Short, de antropoloog Jeff Brantingham en criminoloog George Tita. Het algoritme is gebasseerd op een model dat normaliter de naschokken van een aardbeving voorspelt. De praktijk leert dat een crimineel vaak terugkeert naar de plek waar hij eerder een misdaad heeft gepleegd. “I always go back [to the same places] because once you been there, you know just about when you been there before and when you can go back. An every time I hit a house, it's always on the same day [of the week] I done before cause I know there ain't nobody there.” – Subject nummer 51 uit “Burglars on the Job” Deze zogenaamde “aftercrimes” volgen een zelfde patroon als de “aftershocks” van een aardbeving. Dit patroon is leidend in het model. Of zoals Mohler het verwoordt: “One event will trigger a sequence of further events. Basically, anytime an event increases the likelihood of more events, these kind of models can be used.” Al langer maakten diverse politieafdelingen gebruik van software van CompStat om misdaden te voorspellen. Deze computerprogramma’s konden slechts gebruik maken van historische data die op zijn minst een week oud waren. De algoritmes van het bedrijf PredPol zijn echter in staat om naast de historische gegevens ook realtime data mee te nemen in hun analyse, hetgeen de relevantie van hun uitkomsten aanzienlijk doet toenemen. Op basis van locatie, tijd en type misdaad is de software in staat om “prediction boxes” - met een nauwkeurigheid van 500 vierkante meter – op een kaart te plotten. Het half jaar durende experiment is succesvol te noemen. In de testperiode daalde het aantal misdaden met 25 procent. Sean Malinowski, een politie-kapitein in de Foothill divisie van de Los Angeles Police Department, zegt dat er dankzij de voorspellende algoritmes een omslagpunt is bereikt. Misdaden worden nu daadwerkelijk voorkomen. "We are seeing a tipping point—they are out there preventing the crime. The suspect is showing up in the area where he likes to go. They see black-and-white [police cruisers] talking to citizens—and that's enough to disrupt the activity" Malinowski verwacht zelfs dat in de nabije toekomst misdaadvoorspellingen net zo normaal zullen zijn als het voorspellen van het weer.

Suicide Prevention Bill

Eind april 2012 werd bij het Britse Parlement een wetsvoorstel ingediend dat het mogelijk moest maken om internetverkeer te monitoren ten einde zelfmoord te voorkomen. De maker van het wetsvoorstel, dr. William McCrea, wil een systeem in de lucht brengen dat aan de ene kant acteert als een filter. Mensen die naar de diverse vormen van zelfmoord op zoek zijn, mogen niet op de bewuste informatie aankomen. Aan de andere kant moeten er alarmbellen gaan rinkelen bij verschillende hulpinstanties, zodra iemand actief op zoek is naar het woord “zelfmoord”, opdat er ingegrepen kan worden en de desbetreffende persoon geholpen kan worden. Het wetsvoorstel is uiteindelijk afgekeurd door het parlement, maar zo heel gek is het idee nog niet. In rechtszaken wordt steeds vaker teruggevallen op de zoekgeschiedenis die mensen op het web achterlaten. De zoekargumenten dienen als bewijsmateriaal teneinde een verdachte veroordeeld te krijgen. Recentelijk werd de 23-jarige Nicole Okrzesik veroordeeld omdat zij en haar vriend de 19-jarige Juliana Mensch wurgden tot de dood er op volgde. Zoekargumenten als “chemicals to passout a person”, “making people faint”, “ways to kill people in their sleep”, “how to suffocate someone”, “how to poison someone” en onderlinge tekst-berichten wezen Okrzesik en haar vriend als de moordenaars aan. Deze zaak staat niet op zichzelf, meerdere rechtszaken zijn inmiddels bekend waarbij de zoekargumenten als bewijsmateriaal dienden.

Big Brother is Watching

Het is natuurlijk de nate droom voor politieagenten en aanverwante overheidsinstanties om realtime in de firehose van zoekmachines en sociale media websites te kunnen prikken. Andrew Guthrie Ferguson, een assistent-professor in de rechten aan de Universiteit van het District van Columbia, waarschuwt voor de gevaren van al deze nieuwe technologieën: “There are real pressures to expand this nationally and see it succeed. I think it's an important innovation. But like any innovation, it's not foolproof, and looking closely at the data is important to ensure it doesn't harm the civil liberties of the people living in those areas.”

Conclusie

Vraag is dan ook waar ligt de grens ten aanzien van dit soort nieuwe technologieën? Wanneer verandert “voorkomen” in  “lastig vallen” en zelfs in “ten onrechte veroordelen”? Zeker is dat we in de toekomst alleen maar meer van dit soort technologieën zullen zien. Het einde is nog lang niet in zicht...

Bronnen

Duivestein, Sander, "Drama Noorwegen: moeten we het internet beter bewaken? Ja/Nee", Frankwatchting, 2011 Fellit, Melissae, "Cops on the trail of crimes that haven't happened", New Scientist, 2011, Gallagher, Ryan, “Proposed British Law Would Monitor, Block Suicide Websites”, Slate, 2012 Oremus, Will, "Could Cops Use Google To Prevent Murder?", Slate, 2012 Risling, Greg, Sci-fi policing: predicting crime before it occurs, Associated Press, 2012 Thompson, Kalle, The Santa Cruz Experiment: Can a City's Crime Be Predicted and Prevented?”, Popular Science, 2011 Wright, Richard T. en Scott H. Decker, “Burglars On The Job: Streetlife and Residential Break-ins”,  Northeastern, 1994

Posted by Sander Duivestein on juli 7, 2012 at 09:55 vm | Permalink | Reacties (0)

05/07/2012

Technologie maakt ons een beter mens

Amber Case is van beroep cyborg-antropologe. Zij onderzoekt de manier waarop mensen en techniek op elkaar inwerken en samen evolueren. Kris Krug van het tijdschrift Fast Company omschreef Case ooit als volgt: “She's a digital native. She's from the future. She's come back to help us figure out how to think.”

Singularity

In een interview met Technocult legt Case uit hoe de mens haar eigen evolutie heeft geëxternaliseerd door het maken van allerlei gereedschappen. Het gebruik van hulpmiddelen heeft met name invloed gehad op de fysieke aspecten van de menselijke ontwikkeling.

Met de computer is dit anders. Computers zijn geen interface van de fysieke manifestatie van de mens, maar een intermediar van het geestelijke bewustzijn. In een recent onderzoek “Millennials will benefit and suffer due to their hyperconnected lives” van het Pew Research Center werd Case ondervraagd over de gevolgen van moderne technologiëen op onze hersenen. Het belangrijkste effect volgens haar is dat onze herinneringen aan het veranderen zijn: “Memories are becoming hyperlinks to information triggered by keywords and URLs. We are becoming ‘persistent paleontologists’ of our own external memories, as our brains are storing the keywords to get back to those memories and not the full memories themselves.”

Bovenstaande uitspraak van Amber Case komt overeen met de resultaten van een viertal experimenten van Betsy Sparrow, Jenny Lio en Daniel Wegner. In juli 2011 publiceerden zij in Science Magazine gezamenlijk hun bevindingen in een rapport met als titel Google Effects on Memory: Cognitive Consequences of Having Information at Our Fingertips. Met slechts één vingerbeweging hebben we dankzij het Internet toegang tot een inmense zee van informatie. Niet langer zijn we verplicht om kostbare inspanningen te verrichten teneinde de benodigde informatie te vinden. We googelen, facebooken en whatsappen om kosteloos en razendsnel kant-en-klare informatiebrokken tot ons te nemen.

Volgens de studie zijn we zo afhankelijk van Internet geworden, dat het de wijze waarop ons geheugen functioneert heeft aangepast. Uit het onderzoek blijkt een tweetal dingen. Allereerst zijn de testpersonen uit het onderzoek geneigd om direct terug te vallen op de antwoorden van online zoekmachines wanneer ze geconfronteerd werden met lastige vragen. Ten tweede blijkt dat de neiging om informatie te vergeten in plaats van zelf te herinneren groter is, wanneer men toegang heeft tot Internet. De locatie van de gevonden informatie wordt beter onthouden, dan de feitelijke informatie zelf.

Het Internet is uitgegroeid tot een primaire vorm van extern of transactief geheugen, waar informatie collectief is opgeslagen buiten onszelf. Deze laatste bevinding leidde zelfs tot een eigen lemma “The Google Effect” in Wikipedia. Over het rapport zei Betsy Sparrow het volgende: “We’re not thoughtless empty-headed people who don’t have memories anymore. But we are becoming particularly adept at remembering where to go find things. And that’s kind of amazing.” De kritiek op het onderzoek is dat hetzelfde fenomeen zich ook al voorgedaan kan hebben voordat Internet bestond, immers boeken en bibliotheken bevatten ook kennis die zich niet direct in onze hoofden bevindt. De reactie op deze kritiek is natuurlijk dat het Internet onmiddellijke toegang geeft tot informatie, terwijl dit bij boeken en bibliotheken natuurlijk niet zo is.


 

Met iedere klik en met iedere connectie die we maken, komt het web meer en meer over ons te weten. Het web is ons collectieve geheugen. In haar TED-talk “We are all cyborgs now” roemt Amber Case deze manifestatie. We hoeven niet bang te zijn dat de machines het van ons over nemen. De machine helpt ons juist. De technologie verschuift naar de achtergrond, en geeft daarmee ruimte aan onze menselijkheid. “The most succesfull technology gets out of the way and helps us live our lives. And really, it ends up being more human than technology, because we're co-creating each other all the time.”

Technologie geeft ons de mogelijkheid om ons op een totaal andere manier met elkaar te verbinden. Op een manier die voorheen niet mogelijk was. Tijd, ruimte en taal zijn niet langer onoverkomelijke barrières om met elkaar in contact te komen. Technologie geeft ons de kans om eindelijk mens te zijn!

Posted by Sander Duivestein on mei 7, 2012 at 12:37 nm | Permalink | Reacties (0)

04/24/2012

De vergeten geschiedenis van het internet

In de nacht van 1 juni 1934 zat Paul Otlet voor de dichte deuren van zijn geliefde Mandoleum. Het was een stil protest tegen de sluiting van zijn levenswerk door de Belgische overheid. Het Mandoleum, ooit opgericht om alle kennis ter wereld te bevatten, lag politiek gevoelig en kostte teveel geld. Een sluiting was derhalve onvermijdelijk. Voor Otlet was dit een klap van jewelste. Hij geloofde dat het Mandoleum aan de basis stond van een periode van vrede en vooruitgang. Deze droom viel nu in één keer in duigen.

In de jaren dertig van de twintigste eeuw bedacht de belg Paul Otlet een universeel klassificatiesysteem dat het mogelijk moest maken om alle kennis ter wereld te documenteren en aan elkaar te relateren. Het systeem moest voor iedereen kennis toegankelijk maken. Met de sluiting van zijn Mandoleum was bijna zijn gedachtengoed voorgoed verloren gegaan, ware het niet dat de student Boy Raynard in een speurtocht naar de oorsprong van deze systemen in een afgelegen pand in het Leopold Park te Brussel tegen de verlaten studeerkamer van Otlet aanliep. In de kamer vond hij “a cluttered, musty, cobwebbed office into which the rain leaked—and one day flooded—causing the attendant then on hand to have a kind of epileptic seizure.” Tegen de muren stonden torenhoge stapels aan stoffige boeken, manuscripten en memorabilia. Het is de intellectuele erfenis van de in 1944 gestorven Otlet. Het was zijn laatste wens om zijn kamer in deze staat achter te laten.

Tijdens het hoogtepunt van zijn carrière was Otlet een gelauwerd man. Hij verkeerde in het gezelschap van Nobel prijs winnaars. Hij speelde zelfs een rol in de formatie van de League of Nations. Zijn dood werd echter nauwelijks door iemand opgemerkt. Hij was in zijn laatste jaren een schim geworden van de man die hij ooit was. De kamer is het laatste chaotische overblijfsel van een berooide, gebroken man die zijn droom – een allesomvattend kennisnetwerk - uiteen zag spatten aan het einde van de Tweede Wereldoorlog doordat de Nazi’s de laatste restanten van zijn levenswerk grotendeels vernietigden.

Het internet van papier

Paul Otlet was de voorvader van het vak “Informatie Wetenschappen”. In zijn tijd noemde Otlet dit onderzoeksveld “Documentatie”. In 1895 begon Otlet samen met Henri La Fontaine, de latere Nobel prijswinnaar voor de vrede, te werken aan het Mundaneum, een fysieke verzamelplaats voor alle kennis ter wereld: “[a] universal network that would allow the unrestricted dissemination of knowledge”.

Voor zijn archief produceerde Otlet van 1985 tot 1930 meer dan 17 miljoen indexkaarten, die dienstdeden in een fysiek hypertextsysteem avant la lettre. Ieder jaar ontving het Mundaneum zo’n 1500 verzoeken voor het vinden van bepaalde informatie. Met de hand werd het antwoord vervolgens gezocht in de kabinetten van het Mundaneum. Een handmatig proces dat enkele weken kon beslaan. Het project is een analoge versie van Google, alleen dan tientallen jaren voor het web was uitgevonden en zonder de hulp van computers.

 

Blauwdruk voor het internet

De enorme hoeveelheid aan indexkaarten deed Otlet beseffen dat het onmogelijk was om een analoge versie van een wereldwijde kennisbank te realiseren. In het boek “Traité de documentation: Le livre sur le livre” (1934), de eerste moderne verhandeling over informatica,  beschrijft Otlet voor het eerst een electronische implementatie van zijn Mundaneum. Hiermee was hij zijn tijd ver vooruit. Niemand had ooit eerder nagedacht over documenten die met elkaar verbonden konden worden via een digitaal netwerk. Om zulke relaties te kunnen beschrijven vond Otlet het woord “link” uit. Het systeem waarin dit alles bij elkaar komt noemde hij “le réseau” oftewel het “het netwerk”.

Otlet beschouwde een boek als een ruwe vorm van informatie. Een op zichzelf staand boek zegt niets. Boeken ontlenen hun betekenis aan de verbintenissen met andere boeken. Een verbintenis moest duidelijk maken wat de invloed van het ene boek op het andere boek is, maar ook of de gedachten in een bepaald boek confliciteren met een ander.  Een relatie in de ogen van Otlet is zodoende een slimmere variant van de moderne hyperlink. Een boek kon ook van alles zijn, een foto, een krant, een muziekstuk of een schilderij.  Maar ook nieuwe technologiëen zoals de telegraaf, de radio en de televisie maakten hier deel vanuit.  “Cinema, photographs, radio, television: these instruments, taken as substitutes for the book, will in fact become the new book, the most powerfull works for the diffusion of human thought. This will be the radiated library, and the televised book.” Otlet's visie was gericht op de pure informatie die stroomt tussen de verschillende kennisobjecten. Zijn visie is een blauwdruk van het huidige internet.

Frappant is overigens ook dat Otlet de komst van sociale netwerken voorzag, waarin gebruikers “participate, applaud, give ovations, sing in the chorus”. De waarde van deze netwerken zat volgens hem in het feit dat mensen berichten onderlingen uitwisselen, deelnemen in discussies en samenwerken om informatie te verzamelen en te organiseren.

Internet vanuit je stoel

In zijn laatste boek “Monde: Essai d'universalisme” (1935) beschrijft hij zelfs een toekomst waarin iedereen vanuit thuis, zittend in een luie stoel, toegang  heeft tot een wereldwijd netwerk van kennis. Ontwikkelingen die zich waar dan ook ter wereld voordoen, worden direct geregistreerd en zijn voor iedereen meteen toegankelijk. In de conlusie van dit boek omschrijft hij dit universele network als volgt: “Man would no longer need documentation if he were assimilated into an omniscient being - as with God himself. But to a less ultimate degree, a technology will be created acting at a distance and combining radio, X-rays, cinema and microscopic photography. Everything in the universe, and everything of man, would be registered at a distance as it was produced. In this way a moving image of the world will be established, a true mirror of his memory. From a distance, everyone will be able to read text, enlarged and limited to the desired subject, projected on an individual screen. In this way, everyone from his armchair will be able to contemplate creation, as a whole or in certain of its parts.” Jaren later maakte Tim Berners-Lee, de uitvinder van het huidige wereldwijde web, in zijn boek “Weaving the Web: The Original Design and Ultimate Destiny of the World Wide Web” een soortgelijke opmerking: “My original vision for a universal web was an armchair to help people to do things in the web of real life.”

Een uitbreiding op het brein

Otlet noemt dit wereldwijde kennisnetwerk een mechanical, collective brain. Het netwerk is een uitbreiding op het menselijk brein. In het boek “Traité de documentation: Le livre sur le livre” verwoordde hij het als volgt: “The Universal Book created from all books would become very approximately an annex to the brain, a substratum even of memory, an external mechanism and instrument of the mind but so close to it, so apt to its use that it would truly be a sort of appended organ, an exodermic appendage.”

Otlet gaat zelfs zo ver dat hij voorspelt dat de media van de toekomst ook zintuiglijke informatie – zoals tast, smaak en geur - zullen overbrengen. Hij noemt deze vorm van media “sense-perception documents”.

Conclusie

Het huidige internet vertoont veel overeenkomsten met de visie van Otlet, met één groot verschil. Otlet stelde zich internet voor als een centrale plek waar alle informatie hiërarchisch in is onderverdeeld. Het internet van Tim Berners-Lee is daarentegen gedecentraliseerd en totaal niet hiërarchisch. De gebruikers van dit moderne internet bepalen zelf welke richting het opgaat. Deze conclusie heeft Otlet aan het eind van zijn leven ook zelf getrokken. In een van zijn laatste tekeningen schetst hij een Mondaneum  die in eerste instantie autonoom is ingericht, maar de verdere ontwikkeling van het kennispaleis wordt uiteindelijk overgelaten aan haar gebruikers.

Literatuur

Berners-Lee, Tim, “Weaving the Web: The Original Design and Ultimate Destiny of the World Wide Web”, HarperBusiness, 2000

Heuvel, Charles van den, “Web 2.0 and the Semantic Web in Research from a Historical Perspective: The Designs of Paul Otlet (1868-1944) for Telecommunication and Machine Readable Documentation to Organize Research and Society”, Knowledge Organization, 2009, http://informationdesign.org/taxi/koArticleCvandenHeuvel.pdf

Heuvel, Charles van den, “Building Society, Constructing Knowledge, Weaving the Web: Otlet’s Visualizations of a Global Information Society and His Concept of a Universal Civilization”, European Modernism and the Information Society, 2008

Heuvel, Charles van den, “Architectures of Global Knowledge: The Mundaneum and the World Wide Web”,

Laaff, Meike, “Networked Knowledge, Decades Before Google”, Spiegel, 2011, http://www.spiegel.de/international/world/0,1518,775951,00.html

Rayward , W. Boyd, “The Case of Paul Otlet, Pioneer of Information Science, Internationalist, Visionary: Reflections on Biography”, Journal of Librarianship and Information Science, 1991, http://people.lis.illinois.edu/~wrayward/otlet/PAUL_OTLET_REFLECTIONS_ON_BIOG.HTM

Springfield, Molly, “Inside the Mundaneum”, TripleCanopy, 2010, http://canopycanopycanopy.com/8/inside_the_mundaneum

Wright, Alex, “Glut: Mastering Information Through The Ages”, Joseph Henry Press, 2007

Wright, Alex, “The Web Time Forgot”, New York Times, 2008, http://www.nytimes.com/2008/06/17/science/17mund.html

 

Documentaires

Levie, Françoise, “The Man Who Wanted to Classify the World”, Noorderlicht, 2002, http://archive.org/details/paulotlet/

“Paul Otlet, visioning a web in 1934”, YouTube, 2008, http://youtu.be/hSyfZkVgasl

 

Posted by Sander Duivestein on april 24, 2012 at 04:15 nm | Permalink | Reacties (0)

03/09/2012

Planet of the Apps

Het begon ooit als een geintje. Bryan Flinn publiceerde op 1 april 2011 een artikel  “Planet of the apps” in de Britse krant The Sun waarin hij verslag doet hoe gorilla’s zwaar verslingerd zijn geraakt aan de iPad. Dierenverzorger Phil Ridges liet zelfs weten: "We thought they would bang them on rocks but they carry them round as if they were babies.” Een hoop lezers tuinden met open ogen in deze hoax. Het was te mooi om waar te zijn. Of toch niet?

In het tijdschrift New Scientist valt in het artikel Apps for apes: Orang-utans want iPads for Christmas te lezen hoe Scott Engel, een vrijwilliger in Milwaukee County Zoo in Winsconsin, zijn oude iPad aan één van de orang-oetans gaf en het apparaat een doorslaand succes bleek te zijn onder apenbevolking. “[They] went bananas.”

Richard Zimmerman van Orangutan Outreach, een groep die zich richt op het beschermen en behouden van deze met uitsterven bedreigde diersoort, greep het experiment met beide handen aan om meer aandacht voor zijn goede doel te verkrijgen. Hij startte in mei 2011 een campagne Apps for Apes en een bijbehorende website waar mensen geld kunnen doneren of hun overbodige iPad kunnen schenken aan de apen.

 

Blijkbaar zijn orang-oetans uiterst geschikte kandidaten om te leren omgaan met iPads. De dieren zijn intelligent, nieuwsgierig en creatief. Ze kunnen echter ook snel verveeld en depressief raken van het leven in gevangenschap. De iPad biedt hun een uitlaatklep. Een venster naar een digitale werkelijkheid om hun fysieke bestaan te doen vergeten.

Favoriete apps onder de apen zijn eenvoudige tekenprogramma’s, maar ook de muziek app Magic Piano en Koi Pand zijn zeer gewild. Een van de problemen waar de apen nu nog mee te maken heeft, is de breekbaarheid van de iPad. Hun verzorgers moeten de iPads nu nog voor ze vast houden. Inmiddels wordt wel gewerkt aan een onverwoestbare omhulzing opdat de orang-oetans in de nabije toekomst heer en meester zijn over hun eigen iPad.

Apen zijn niet de enige dieren die in staat zijn om met de iPad om te gaan. Ook dolfijnen weten inmiddels gebruik te maken van het apparaat. Op de website van SpeakDolphin - een onderzoeksinstituut dat zich concentreert op het verbeteren van de communicatie tussen mensen en walvisachtigen -  valt te lezen hoe de touchinterface van de iPad wordt gebruikt door de dolfijnen om bepaalde symbolen - die op hun beurt een object, een actie of een emotie vertegenwoordigen - te communiceren.

Recentelijk werd het internet verblijdt met een tweetal video’s waarin een hagedis en een kikker virtuele insecten van het  scherm probeerden op te eten. Ook kennen we allemaal het filmpje “A Magazine Is An iPad That Doesn’t Work”, waarin een peuter gefrustreerd raakt van een papieren tijdschrijft. Het lukt haar maar niet om te “swipen” en te “pinchen”door het blaadje. Het tijdschrift reageert totaal niet op haar gebaren.

Ten tijden van de dood van Steve Jobs werd ik geinterviewed door het Algemeen Dagblad. De journalist wilde van mij weten wat Jobs grootste uitvinding was. Mijn antwoord was als volgt: “Jobs heeft de mensheid twee nieuwe gebaren gebracht, die de meeste van ons alle dagen maken. Het bladeren met je duim op een scherm door allerlei toepassingen heen, en het vergroten van tekst op je schermpje met duim en wijsvinger. Het zit nu net zo in ons als pakweg je duim omhoogsteken ter goedkeuring. Als de iPhone en de iPad straks niet meer bestaan, zullen zijn gebaren er nog zijn.”

We staan nu aan de vooravond van het Post-PC tijdperk. Een tijdperk dat gekenmerkt wordt doordat we op een andere manier met informatie omgaan. Niet langer is er een armlengte afstand tussen toetsenbord en mens. De smartphone zit in onze broekzak, hebben we altijd bij ons, staat altijd aan en vormt zodoende een uiterst intieme relatie met ons wezen. Nieuwe interfaces zoals de Kinect met haar bewegingssensoren, Siri met haar spraakherkenning, maar ook breininterfaces veranderen de wijze waarop we informatie registreren en manipuleren. Informatie wordt steeds meer een zesde zintuig. Het verandert ons gedrag en daarmee de wijze waarop we denken. Als dit gebeurt, dan verandert het de mensheid en daarmee de wereld.

 

Posted by Sander Duivestein on maart 9, 2012 at 09:35 vm | Permalink | Reacties (0)

02/10/2012

Herinneringen vergaan niet meer

150-fototoestel-oudVanochtend had ik een gesprek met een tweetal heren van Robeco ter voorbereiding van een presentatie die ik voor hen moet geven. Tijdens het gesprek kwam uiteraard de vraag naar voren hoe onze toekomst er uit komt te zien. Welke impact heeft digitale technologie en de alom aanwezigheid van informatie op ons leven.

Een van de vergelijkingen die ik trok had te maken met herinneringen. Van mijn opa’s en oma’s die nu al zo’n kleine twintig jaar dood zijn heb ik nog enkele foto’s. Een aantal zwartwit en een aantal in kleur. Van mijn eigen ouders heb ik al meer. Op mijn iPhone heb ik een aantal filmpjes staan waarop ze bewegen en praten.

Wanneer ik straks dood ben, kunnen mijn kinderen mijn leven voor een groot deel reconstrueren. Facebook, LinkedIn, Twitter, Flickr, YouTube, mijn blogposts, mijn boeken. Ze kunnen het allemaal nog eens naslaan. Tot het jaar 2003, want toen werd ik digitaal geboren. Begon ik voor het eerst gebruik te maken van de digitale mogelijkheden.

Van mijn kinderen daarentegen is veel meer informatie gedigitaliseerd. Vanaf hun geboorte tot aan nu. Foto’s van hun geboorte, filmpjes van hun eerste voetstappen, digitale tekeningen op mijn iPad, mailtjes, maar ook  stukken muziek die ze gecomponeerd hebben met het programma Garageband. En straks gaan ze ook nog eens media als Facebook etcetera gebruiken. En wat te denken van hun DNA profiel? Straks heeft iedereen zijn DNA voor een habbekrats gedigitaliseerd. Dan weet je wat je te wachten staat.

Mijn kinderen zijn nu vijf en zeven jaar. Dankzij technologie wordt hun levensverwachting alsmaar opgerekt. Misschien halen ze het jaar 2100 wel. Sommige trendwatchers beweren dat de mensen die nu geboren worden zelfs 1000 jaar kunnen worden! Wat zal er in dat tijdperk van mijn kinderen overblijven? Een perfekt digitaal evenbeeld? Een connectonoom? Iets digitaals dat nooit dood kan gaan? Waar je mee kunt communiceren? Een avatar die hun herinneringen, hun bewustzijn heeft? Het lichaam is verdwenen, maar de geest leeft eeuwig digitaal voort?

Vragen waar nu nog geen antwoord op is. Maar een toekomst die al wel lijkt vast te liggen. Wat een impact zal dit hebben. Ik krijg al kippenvel bij de gedachte. Benieuwd wat ik hier nog van mee ga maken. Ik kan bijna niet wachten!

Posted by Sander Duivestein on februari 10, 2012 at 06:26 nm | Permalink | Reacties (0)

01/31/2012

Hack jezelf


Digital-identityLepht Anonym is een biohacker, een transhumanist. Door met huis-tuin-en keukengereedschappen in  haar eigen vlees te snijden en allerlei sensoren onder haar huid aan te brengen is zij erin geslaagd om nieuwe zintuigen te ontwikkelen. Zo had zij bijvoorbeeld kleine metalen schijfjes in haar vingertoppen geïmplanteerd waarmee het mogelijk was om de vorm en sterkte van elektromagnetische velden aan te voelen. Ook heeft zij in haar knie een chip aangebracht, de zogenaamde Southpaw, die haar voortdurend het magnetische noorden fysiek laat voelen. De bedoeling is dat het continue signaal haar brein zodanig aanpast, dat Lepht hetzelfde richtingsgevoel als een duif ontwikkelt.

Lept Anonym is niet de enige die middels technologie zichzelf probeert te upgraden. De Iraaks-Amerikaanse Wafaa Bilal heeft onder het mom van kunst op de achterkant van zijn schedel een titanium plaat door een tattoo en piercing artiest laten implanteren. Een camera kan op deze plaat worden gemonteerd. Iedere minuut maakt deze camera een foto van hetgeen er achter hem afspeelt. Via de website The 3rd I kunnen deze beelden in realtime worden gevolgd. Dit project zou oorspronkelijk een jaar moeten duren, maar na enkele maanden moest een gedeelte van de plaat verwijderd worden, aangezien Bilal voortdurend hoofdpijn had.

In 2008 slaagden drie wetenschappers – Venter, Hamilton Smith en John Glass – erin om ’s werelds eerste synthetische levensvorm te maken. Met behulp van een computer ontwierpen ze een compleet nieuwe DNA structuur die in de natuur niet voorkomt. Deze sequentie hebben ze vervolgens in een DNA-loze cel ingebracht. Deze levenloze cel accepteerde dit DNA klakkeloos en begon direct een eigen leven te leiden. De cel bleek zelfs in staat te zijn om zichzelf te reproduceren. Leven is programmeerbaar!

Hoogmoed komt voor de val

De zoektocht om onszelf te ontstijgen, om ons te ontdoen van de door de natuur opgelegde fysieke Dna
limieten, is er één van alle tijden. In de Griekse mythe “Icarus” zijn Daedalus en zijn zoon Icarus gevangen gezet door koning Minos in een toren op het eiland Kreta. De enige manier om te vluchten is via de lucht. De ingenieuze Daedalus gebruikt was en veren om vleugels voor hem en zijn zoon te maken. Tijdens hun vlucht waarschuwt Daedalus zijn zoon om niet te hoog en niet te laag te vliegen. Als Icarus te laag vliegt, dan zal het zeewater zijn vleugels te zwaar maken en als hij te hoog vliegt, dan zal de zon het was doen smelten.  Icarus kan de verleiding echter niet weerstaan. 'Aangetrokken door een verlangen naar de hemel' stijgt hij op richting de zon, met als gevolg dat de was in zijn vleugels smelt en Icarus in zee stort. Deze val overleeft Icarus niet, maar vlak voor hij stierf, bereikt hij een euforisch moment. Heel even was hij geen mens meer. Met de uitbreidingen van de vleugels op zijn lichaam, vloog Icarus hoger dan de goden van Olympus.

Hoogmoed komt voor de val. Het is een thematiek die vaak voorkomt in de Griekse mythologie. Hybris wordt dit ook wel genoemd. De mens wordt afgestraft voor zijn eigen grootheidswaanszin. Lept Anonym en Wafaa Bilal zijn voorbeelden van mensen die er niet voor terugdeinsen om hun eigen lichaam uit te breiden met de nieuwste technologieën. Ze nemen als het ware hun eigen evolutie in de hand. Ook het DNA experiment van  Venter, Hamilton Smith en John Glass toont aan dat we in staat zijn om ons aan de spelregels van de evolutietheorie van Darwin te onttrekken. Futurologen duiden dit ook wel aan als singulariteit. Een punt in de tijd waarbij de mens en de technologie voorgoed samensmelten, de een kan niet meer zonder de ander, mens en technologie gaan met elkaar een symbiotische relatie aan. Vraag is natuurlijk waar dit allemaal toe zal leiden? Mogen wij mensen voor god spelen?

Gelopen wedstrijd

Of we willen of niet. Maar het lijkt erop alsof de wedstrijd al gelopen is. Voortdurend ontwikkelen we technologiëen die ons mensen uitbreiden. Denk bijvoorbeeld maar aan de huidige prothesen als brillen, gehoorapparaten en kunstledematen. Ze worden steeds verfijnder en kunnen steeds meer. Ook apparaten om ons lichaam te 'lezen', zoals de Microsoft Kinect en de Apple Siri, zien we steeds vaker terug in ons dagelijkse leven. Technologie kruipt onder de huid. Transhumanisten zien al deze ontwikkelingen als een voorloper van het post-Darwin tijdperk. In de toekomst zijn we allemaal geavanceerde cyborgs en bestaat de mens zoals wij die kennen niet meer. Ik hoop maar dat ze het shutdown knopje niet vergeten...

Posted by Sander Duivestein on januari 31, 2012 at 09:16 vm | Permalink | Reacties (0)

12/29/2011

Voorbij informatie aan je vingertoppen

In de herfst van 1990 tijdens de COMDEX conferentie onthulde Bill Gates in zijn toespraak “Information at Your Fingertips” zijn visie op de toekomst van computers. In deze speech vertelt Gates hoe kenniswerkers – dankzij de desktop pc en de daarop geïnstalleerde software – niet alleen informatie kunnen consumeren, maar ook produceren: “My name for this vi­sion is ‘Information At Your Fingertips’. When I say information here, I mean it in a very broad sense. I mean all the information that someone might be interested in, including information they can’t even get today.”

Bill Gates. foto: EPA

In zijn toespraak stond het gebruik van de personal computer centraal. Dit kon ook niet anders aangezien pas een paar maanden later – op 25 december 1990 – Tim Berners-Lee zijn hersenspinsel het World Wide Web realiseerde. Op die dag slaagde Berners-Lee er namelijk in om een client met een server te laten communiceren via het HTTP-protocol.

In 1994 tijdens de COMDEX conferentie herhaalde Gates zijn visie. Dit keer verwerkte hij het Internet wel in zijn verhaal. Ook noemde hij het jaar 2005 als het tijdstip waarop zijn visie werkelijkheid zou worden. Niet voor niets was de titel van zijn speech “Information at Your Fingertips 2005”. In het jaar 2005 zou volgens Gates de PC veranderd zijn in een klein appa­raat dat er uitziet als een televisie en dat we voortdurend bij ons dragen. 

“The center of this will be the idea of digital convergence. That is, taking all the information– books, catalogs, shopping approaches, professional advice, art, movies, and taking those things in their digital form, ones and zeroes, and being able to provide them on demand on a device look­ing like a TV, a small device you carry around or what the PC will evolve into. All of these form factors will count.”

 Pas in het begin van 2007 zou de visie van Gates gerealiseerd worden. Helaas voor Gates was het niet Microsoft die hier in slaagde, maar één van zijn naaste concurrenten. Op 9 januari 2007, tijdens de Macworld Conference and Expo, introduceerde Steve Jobs de allereerste versie van de iPhone. Een revolutionair toestel dat niet alleen een muziekspeler, maar tegelijkertijd ook een telefoon en een Internet communicatie apparaat was:

 “Every once in a while, a revolutionary product comes along that changes everything. … Well, today, we’re introducing three revolutionary products of this class.The first one: is a widescreen iPod with touch controls. The second: is a revolutionary mobile phone. And the third is a break­through Internet communications device. So, three things: a widescreen iPod with touch controls; a revolutionary mobile phone; and a breakthrough Internet communications device. An iPod, a phone, and an Internet communicator. An iPod, a phone … are you getting it? These are not three separate devices, this is one device, and we are calling it iPhone. Today, today Apple is go­ing to reinvent the phone.”

De iPhone is echter veel meer dan de bovenstaande drie dingen. Dankzij de Apple App Store – die overigens pas in juli 2008 werd geopend - is de iPhone veranderd in een multifunctio­neel apparaat. Je kunt het zo gek niet bedenken of er bestaat wel een app voor. Variërend van het spel Angry Birds; tot iSnipe, een ballistische rekenmachine voor geweerliefhebbers; tot aan iChart EMR, een applicatie voor doktoren voor het bijhouden en raadplegen van patiënt­gegevens. De iPhone is de digitalisering van het Zwitsers zakmes, maar dan in gepersonali­seerde vorm.

Iphone. foto: ANPTen tijden van de dood van Steve Jobs werd ik geinterviewed door het Algemeen Dagblad. De journalist wilde van mij weten wat Jobs grootste uitvinding was. Mijn antwoord was als volgt: “Jobs heeft de mensheid twee nieuwe gebaren gebracht, die de meeste van ons alle dagen maken. Het bladeren met je duim op een scherm door allerlei toepassingen heen, en het vergroten van tekst op je schermpje met duim en wijsvinger. Het zit nu net zo in ons als pakweg je duim omhoogsteken ter goedkeuring. Als de iPhone en de iPad straks niet meer bestaan, zullen zijn gebaren er nog zijn.”

We staan nu aan de vooravond van het Post-PC tijdperk. Een tijdperk dat gekenmerkt wordt doordat we op een andere manier met informatie omgaan. Niet langer is er een armlengte afstand tussen toetsenbord en mens. De smartphone zit in onze broekzak, hebben we altijd bij ons, staat altijd aan en vormt zodoende een uiterst intieme relatie met ons wezen en ons zijn. Nieuwe interfaces zoals de Kinect met haar bewegingssensoren, Siri met haar spraakherkenning, maar ook breininterfaces veranderen de wijze waarop we informatie registreren en manipuleren. Informatie wordt steeds meer een zesde zintuig. Het verandert ons gedrag en daarmee de wijze waarop we denken. Als dit gebeurt, dan verandert het de mensheid en daarmee de wereld. 

Genoeg om naar uit te kijken dus in 2012!

Posted by Sander Duivestein on december 29, 2011 at 10:03 vm | Permalink | Reacties (0)