« Lees de chat nog eens terug | Hoofdmenu | Law and Order »

13 juli 2011

Onze manieren

Op vakantie bezoek ik graag, tot (groot) ongenoegen van de rest van het gezin, nog wel eens een Paleis van justitie. Het liefst woon ik ook een zitting bij, maar dat lukt niet altijd. Tijdens onze huwelijksreis in Sri Lanka kon dat gelukkig wel. Ik nam met mijn echtgenoot plaats achterin een prachtige rechtszaal: eikenhouten wanden, donker pluche, glas-in-lood ramen. Voorin waren twee advocaten hun zaak aan het bepleiten bij de rechter. Ze droegen allemaal een toga. Een deurwaarder in een prachtig uniform hield de wacht. Op een goed moment begon deze deurwaarder naar mij te gebaren. Het was echt voor mij bedoeld, want behalve mijn man en ik was er geen publiek. Ik zat toch keurig op mijn stoel, wat was er mis? Voor de zekerheid trok ik mijn rok nog verder over mijn knie, maar de man bleef maar wijzen. Ik keek vragend naar mijn man, hij begreep evenmin wat er aan de hand was. De deurwaarder werd steeds bozer en op een gegeven moment kwam hij naar ons toe gelopen. Met een ruk haalde hij het been dat ik over mijn andere been had geslagen van mijn knie af. Kennelijk getuigt het niet van respect jegens de rechter als je met je knieën over elkaar zit.

In de Nederlandse zittingszaal kennen wij ook een aantal gebruiken. Zo gaan de aanwezigen staan als de rechter binnenkomt. Dat is uit respect voor het ambt, niet voor de persoon. Daarnaast dragen de rechter, de griffier en de advocaat in de rechtszaal een zwarte toga met witte bef. Verder gaan de petjes af in het kader van fatsoen (net als in de kerk waar mannen hun hoed afzetten). In onze rechtbank zorgt de deurwaarder daar voor. Ook moeten de mobiele telefoons uit. Het is erg hinderlijk als tijdens de behandeling zo’n ding afgaat. Een regel waar ik zelf veel waarde aan hecht is dat het stil is in de zittingszaal. Degene die het woord voert bij de rechter moet dat ongestoord kunnen doen. En het is natuurlijk belangrijk dat de rechter en de overige aanwezigen hem of haar goed verstaan. Dat er af en toe wat geroezemoes ontstaat naar aanleiding van wat er gezegd wordt, kan ik begrijpen. Maar als het storend wordt, waarschuw ik dat bij een volgende verstoring die persoon de zaal moet verlaten. Incidenteel komt daar zelfs de parketpolitie bij aan te pas. Tot slot, aan mensen die met hun knieën over elkaar zitten zal ik mij niet storen. Maar wat te doen met knuffelende paartjes in de zaal? Het komt voor! Tot nu toe heb ik het niet hinderlijk genoeg gevonden om me er aan te storen, maar erg fatsoenlijk vind ik het niet.

Posted by Brabants Dagblad on juli 13, 2011 at 06:16 vm | Permalink

Reacties

De reacties op dit bericht zijn afgesloten.