« mei 2015 | Hoofdmenu | augustus 2015 »

26 juni 2015

Achteraf onterecht

Een paar weken geleden kopte een landelijk dagblad dat mensen die ten onrechte gedetineerd hebben gezeten, Nederland vorig jaar 29 miljoen euro hebben gekost. Volgens de wet heeft iemand die onterecht in voorarrest zat recht op een schadevergoeding, bijvoorbeeld omdat de strafzaak niet wordt doorgezet of omdat hij later wordt vrijgesproken.

Wanneer achteraf blijkt dat iemand onterecht heeft vastgezeten, wil dat echter niet zeggen dat de politie, het openbaar ministerie of de rechter-commissaris hun werk niet goed hebben gedaan. De voorlopige hechtenis kan wel degelijk terecht zijn opgelegd. Ik licht dat toe.

Een van mijn taken als rechter-commissaris is te beoordelen of de politie iemand terecht als verdachte heeft aangemerkt en in voorlopige hechtenis heeft gesteld. De verdachte wordt aan mij voorgeleid en aan de hand van het proces-verbaal van de politie en de opmerkingen van de advocaat geef ik daarover een oordeel. Als de officier van justitie wil dat de verdachte langer blijft vastzitten, moet ik bovendien toetsen of er genoeg 'ernstige bezwaren' tegen de verdachte zijn. Ik kijk, met andere woorden, of er genoeg aanwijzingen zijn dat de verdachte gedaan heeft wat de officier van justitie hem verwijt.

Een voorbeeld. Bij de politie komt een melding binnen dat twee mensen aan het inbreken zijn in een woning en dat één van de inbrekers een gebloemde bermuda aanheeft. Als de politie vijf minuten later ter plekke komt, zien de agenten drie mensen van wie één met een gebloemde bermuda. De mannen zetten het op een lopen en één van hen gooit iets weg. De politie weet twee van de drie mannen aan te houden. Ik zou als rechter-commissaris waarschijnlijk oordelen dat het hier gaat om een terechte verdenking van woninginbraak.

Portemonnee

Tijdens het verhoor zeggen de mannen niets; ze beroepen zich op hun zwijgrecht. De politie vindt later een portemonnee op de plek waar één van de mannen iets weggooide. Die portemonnee blijkt van de bewoners. Ik vind dat voldoende om ervan uit te gaan dat de twee aangehouden mannen betrokken zouden kunnen zijn bij de woninginbraak. Maar mogen ze dan ook langer worden vastgehouden?

Dat ligt eraan. De politie wil natuurlijk graag de derde dader oppakken. Als die andere twee vrijkomen, dan kan dat het onderzoek frustreren. En als uit het strafblad blijkt dat de twee mannen nog niet zo lang geleden zijn veroordeeld voor inbraken, is dat volgens de wet een geldige reden om ze langer in voorlopige hechtenis te houden. Kortom, als de officier van justitie aan mij vraagt de verdachten langer vast te houden, dan zal ik dat waarschijnlijk doen.

Maar wat als de derde verdachte een paar dagen later door de politie wordt achterhaald? Tijdens zijn verhoor zegt hij dat één van de andere twee er niets mee te maken heeft. Ook de beide mannen die al vastzitten, leggen nu een verklaring af. Daaruit blijkt dat één van hen van niets wist. Dan ligt het niet voor de hand die man langer vast te houden. En omdat hij al wel een aantal dagen in een huis van bewaring heeft gezeten, kan hij aanspraak maken op een schadevergoeding.

Goede redenen

De overheid maakt elk jaar bekend hoeveel schadevergoeding is uitgekeerd aan mensen die 'ten  onrechte' gedetineerd zaten. Met mijn voorbeeld wil ik illustreren dat het achteraf gezien terecht is dat iemand een schadevergoeding krijgt, maar dat er vooraf goede redenen kunnen zijn om iemand wél vast te zetten.

Dat laat onverlet dat wij als rechters-commissarissen telkens kritisch moeten zijn op de verzoeken van de officier van justitie om iemand in voorlopige hechtenis te stellen. Het moet zeker geen automatisme zijn om iemand vast te zetten. Alternatieven voor voorlopige hechtenis moeten worden onderzocht. Daarover in een volgende blog meer.

Posted by Brabants Dagblad on juni 26, 2015 at 02:12 nm | Permalink | Reacties (1)